klootschietbal


“Geel? “En zo klein!” Ik ben niet enthousiast als ik mijn nieuwe klootschietbal overhandigd krijg.
Zaterdagmorgen negen uur. We gaan klootschieten zoals iedere week. Een groepje uit de straat. Twee uur een rondje door de natuur. Soms compleet, vaker niet. Altijd plezier, lachen en ja ook wel een beetje competitie. Een buurtactiviteit die ik iedereen kan aanraden. 

We staan in het parkje op elkaar te wachten en ik kijk naar mijn gloednieuwe gele klootschietbal. In verband met de aangescherpte Corona regelgeving hadden we besloten in het vervolg in twee teams te spelen en elk met een eigen bal. Het spelen met een eigen bal heeft het voordeel dat je verder uit elkaar loopt. De ballen waren opgehaald bij een meneer Schulten uit Ootmarsum die alles weet over klootschietballen. Want denk niet een bal is toch een bal, nee klootschietballen zijn er in allerlei kleuren, materialen, vullingen, gewichten en diameters. De mannen uit ons groepje waren naar Ootmarsum getogen voor het ophalen van de “maatballen”. Ik had geen voorkeur opgegeven of was het vergeten. Ik zou het wel zien. Ik heb wel vertrouwen in de man die de punten bijhoudt, onze boekhouder. En terecht. Want na de eerste worp was ik al mijn scepsis kwijt. Wat een heerlijke bal! Ik hoefde de bal alleen maar een slinger mee te geven. Zij vloog vooruit, bleef maar rollen, kon mijn ogen niet geloven. Ons teampje won, deze keer niet ondanks mij, maar dank zij mij. (Ik ben namelijk de slechtste schieter van ons groepje). De boekhouder had goed voor mij gekozen, goed naar mij gekeken. Een kleine bal die precies in mijn hand past en niet te zwaar is. Opvallend: de andere dames waren veel minder tevreden over de keuzes van hun echtgenoten, ze vonden hun bal te groot, of te zwaar.

Ja en dan de kleur. Geel. Niet de kleur die ik zou hebben gekozen. Tot ik me realiseerde dat ik uitgerekend die nacht gedroomd had over de bananengebakjes van bakker Ehrenhard aan de Rijssensestraat. Gele bananengebakjes. Die haalden we altijd op bij de koffie als er iets te vieren was. Of zomaar als we gelukkig waren. 

Het was het begin van een hele mooie dag. Een gelukkige dag.  

dan eten ze toch cake


Ik moest denken aan Marie Antoinette, de fel bekritiseerde en bespotte echtgenote van de Franse koning Lodewijk de Zestiende. Tijdens de Franse revolutie eindigde hun beider leven in 1793 op het schavot. De mooie Marie Antoinette hield van sieraden, diamanten en mode. Kapitalen gaf ze uit aan mooie kleren, feesten en vakanties. Ze had een eigen tweede huisje, een nagebouwd boerendorpje, in de mode bij de Jet Set van die tijd. Over haar gaat het verhaal dat ze als reactie op de opstand van de boeren, die in hun armlastige omstandigheden om brood schreeuwden, de woorden sprak: “Dan geef je ze toch cake.” Het schijnt niet bewezen te zijn dat ze dat ook werkelijk gezegd heeft, maar het geeft wel weer hoe ze neerkeek op het gepeupel, hoe ze geen idee had in wat voor situatie de arme boeren verkeerden. 

Dat zou je ook kunnen zeggen van de koning, van onze premier, van minister Grapperhaus. Geen idee wat er speelt in de maatschappij. Een kloof van jewelste. Met de ene mond spreken in strenge bewoordingen, in samen, in begrip, sympathiek, en vervolgens je omdraaien en gewoon je eigen gang gaan. Onbegrijpelijk. Ik ben van het koningshuis, oranje fan, maar ik was stupefait toen ik het bericht las dat onze koning gewoon lekker op vakantie ging. Ik deel de verontwaardiging daarover. Ik denk niet dat Willem en mooie Maxima op het schavot zullen eindigen maar ik vrees wel dat ze voor eens en altijd hun sympathie, hun populariteit kwijt zijn. En daarmee wellicht het draagvlak onder de monarchie. 

Maar er is nog iets: in tegenstelling tot Fred Grapperhaus, deed Willem niets fout, voor Griekenland geldt geen negatief reisadvies. En ik zou wel eens willen weten hoeveel gezagsdragers vandaag ergens op vakantie zijn, in hun tweede huis of huisje, in code rood Nederland of in het buitenland. Hoeveel Nederlanders herfstvakantie vieren. In een hotel of een Landalpark, of op de camping. De verontwaardiging zit daar dus niet. Waar dan wel? Waar komt die boosheid dan vandaan? Ik hou het op het feit dat we allemaal zat en moe zijn van Corona. Dat we aan het begin van de herfst en de winter, maar  steeds geen eind zien aan een uitzichtloze situatie. Dat we behoefte hebben aan leiders die ons door de Tweede Golf loodsen. Krachtige, zelfbewuste leiders die voorop gaan, het goede voorbeeld geven. Leiders die naast ons staan, met ons meegaan op weg naar de toekomst. Doen wat ze zeggen. 

diversiteit

Het is herfstvakantie. Ik merk het. Op de vroege maandagmorgen is het rustig op de weg. Geen haastende scholieren slingerend door het Doktersbos. Meer wandelaars dan gewoonlijk. De natuur is prachtig vanmorgen. De wereld is schoongewassen en fris. Na dagen regen en nog eens regen is het droog en tussen de wolken is een dun streepje blauw te zien. Op de zandpaden weerspiegelen de plassen de wolkenhemel. Verbeeld ik me het dat het lijkt of de herfst dit jaar groener is dan andere jaren?  Heeft de langdurige regenval de grond door en door natgemaakt, waardoor het bos vol staat met paddestoelen in alle variaties en samenstellingen die je maar bedenken kunt? Zaterdag verklaarde een wandelmaatje dat het vliegtuigvrije voorjaar debet was aan de paddestoelen invasie. 

We zijn inmiddels allemaal klimaat- en milieudeskundigen en leggen wat we zien zo uit dat het bevestigt wat we zelf denken of vinden. Wetenschappelijke onderzoeken die in ons straatje passen liken we maar wat ons niet bevalt of uitkomt schuiven we terzijde. Is de natuur droger dan ooit of niet? Meerdere antwoorden zijn mogelijk. Ik zie een groene wereld om mij heen en een over de oevers klotsende rivier, maar? 

Ik benijd vandaag onze premier niet. Hij moet uit al die wetenschappelijke onderzoeken, uit al die grafiekjes, cijfers en procenten een wijs besluit nemen. Wat nu? Iedereen roept wat. Iedereen vindt wat. Maar wie durft te zeggen hoe het zit? Wat is de werkelijkheid nu eigenlijk? Ik zou het niet durven zeggen. Ik weet het niet. 

Foto’s: Jannie Bruggeman 

straatfotografe 

Vivian Maier werd pas na haar dood beroemd. Als een anonieme mevrouw leefde ze haar leven. Het grootste deel van haar leven als nanny in Chicago. Soms mocht ze bij de bemiddelde ouders in huis wonen. De kinderen die ze onder haar hoede had beschrijven haar als zonderling  maar ook als: ” filmcriticus, een socialiste, een feministe, een vertel-gewoon-hoe-het-is-type”. Ze droeg vaak mannenkleren en een flinke hoed. Ze had altijd een camera bij zich. ( Wikipedia). Op een veiling kwam iemand in het bezit van een aantal dozen met fotorolletjes. Een verzamelaar kreeg ze onder ogen en vanaf dat moment werd Vivian Maier beroemd. Tentoonstellingen, artikelen, boeken, documentaires. Niet alleen in Amerika waar ze het grootste deel van haar leven doorbracht maar wereldwijd. 

De foto’s zijn juweeltjes. Geen poses, maar momentopnames. Je kijkt naar de wereld om je heen en soms zie je in een gebeurtenis een verhaal. Arbeiders aan het werk in de straat, een jongetje met zijn kat, een dame met haar hond. Om je heen kijken. Het oog van de fotograaf, het oog van de toeschouwer, de beschouwer. Heeft Vivian Maier ooit kunnen bedenken dat mensen in de rij zouden staan om naar haar foto’s te kijken? Dat haar foto’s voor heel veel geld verkocht zouden worden? Heeft ze het stiekem gehoopt? Het lijkt erop dat ze er niet op uit was. Maar toch. Ze bewaarde wel wat ze had geschoten, maar vaak waren de fotorolletjes niet ontwikkeld. Geldgebrek of achteloosheid?  Ze werden in dozen gestopt. Dozen die op een veiling zouden worden verkocht. Het begin van haar bekendheid. Een raadselachtig mens. Een wonderlijk leven. Een bijzonder verhaal. Een verhaal dat haar foto’s nog fascinerender maken. 


Boy and cat, New York City 1954, Vivian Maier 

Zie documentaire Close Up: Op zoek naar Vivian Maier AvroTros.nl

begrijpend lezen 

Nederlandse jongeren haten lezen aldus Arjen Lubach gisteravond. Uit internationale onderzoeken blijkt dat 25 procent van de jongeren van 15 jaar nauwelijks kan lezen, min of meer laaggeletterd is. En dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren achteruit holt in vergelijking met jaren geleden. Ook in vergelijking met andere landen. Met het leesplezier is het nog droeviger gesteld. Daarmee staat Nederland op de allerlaatste plaats. Volgens Lubach heeft dat te maken met de focus in Nederland op begrijpend lezen. In geen enkel ander land, op België na, wordt zo veel aandacht besteed aan begrijpend lezen.

Ik ken het. Ik ken weinig kinderen die van begrijpend lezen houden. De focus in het Nederlands onderwijs op begrijpend lezen heeft te maken met de teksten en multiple choice vragen bij toetsen en teksten bij examens. Als je daar handig in bent komt je diploma in zicht. Als docent Frans had ik ooit een 4 Mavo klas. Ze werkten hard en waren bevlogen. Ze vonden Frans moeilijk en leuk. Aan het eind van het schooljaar voerden we Le Petit Prince op. Voor de medeleerlingen en een keer voor de ouders. Ik was trots op ze. Dat was ik niet toen ik de resultaten zag van het centraal examen. Ze hadden de tekst slecht gemaakt. Heel slecht. Één meisje dat het hele jaar keihard gewerkt had dreigde te zakken op mijn vak. Dat ze niet hoog zou scoren had ik ingecalculeerd. Maar zo slecht? Ik was er ziek van. Gelukkig slaagde ze op het nippertje bij het herexamen. Het omgekeerde was ook het geval. Jongelui die het hele jaar niets uitgevoerd hadden slaagden met vlag en wimpel. Ze waren slim in het zoeken van het juiste antwoord, kenden de trucjes, soms zonder enig benul van de tekst. Ik heb het eens geprobeerd met een tekst Biologie 6 VWO. Ik snapte er nauwelijks iets van maar haalde ruim een voldoende. 

De laatste jaren help ik kinderen met begrijpend lezen. Ik leer ze trucjes en weggetjes naar het juiste antwoord. Daar ben ik inmiddels heel bedreven in. Leuk als je van puzzelen houdt. Met lezen heeft het niets te maken. Met plezier in lezen al helemaal niet.

visser


Wat gaat er in je om. Waar denk je aan. Jij daar aan de waterkant. Jij visser? 

Het ritueel van de voorbereidingen. De grote gele tas, vol haakjes en draadjes, lood, dobbers, tangetjes, een schaar. Warme kleren en zonwerende. Laarzen, een pet. Een stoeltje. Een parasol en een paraplu. Eten mee en drinken. Een emmertje, een net. 

In de auto naar de plek. De stek. Naar het water. Vroeg in de morgen het liefst. Samen met anderen of helemaal alleen. 

Een sigaretje, een boterham, een slok koffie uit de thermoskan. De voorbereidingen. Alles in de juiste volgorde. Zorgvuldig. Precies. En dan een zwaai. De draad vliegt met een boog door de lucht. De dobber vindt zijn evenwicht. En dan. Wachten. Wachten en turen. Turen en wachten. 

Ik geloof dat je gelukkig bent. Daar aan de waterkant. Met je voeten in het gras, de vogels om je heen, de wind over je gezicht. Met het geluid van ruisende bladeren, het kabbelende water. Wat gaat er in je om. Waar denk je aan. Misschien denk je wel aan helemaal niets. Ik denk dat je gelukkig bent. Vrij. 

kracht, wijsheid, voorspoed en heel veel geluk


In Zuid Afrika, in het Addo Elephant National Park zag ik hem, of was het een haar, voor het eerst in het wild. Een grote lichtbruine olifant. In de dierentuin gezien, in het circus en nu dan in het echt. Ondanks haar grote omvang en gewicht soepel bewegend, elegant zelfs. Het schijnt een slim dier te zijn, met een enorm geheugen. Olifanten kunnen problemen oplossen, gebruiken voorwerpen, hebben rouwrituelen en ook qua intelligentie lijken zij op de mens. Olifanten leven in groepen, mannengroepen en vrouwengroepen. De mannen verlaten hun groep tijdens de geslachtsrijpe periode. 

Oudere olifanten hebben de leiding in de groep. Zoals bij natuurvolken staat in de dierenwereld het oudste vrouwelijke lid, de oma, de matriarch, in hoog aanzien. Zij gaat voorop. Op weg naar voedsel en naar water. In het zoeken naar een veilig onderkomen. In het overleven. In de mannengroepen blijkt ook het oudste dier de gids, de leider. Een recent onderzoek ontdekte een opvallend verschil: in de vrouwengroepen gaan de ouderen niet alleen voorop maar houden ze ook de kudde van achteren in de gaten. De mannen leiden, gaan voorop maar kijken niet om. 

Er is een levendige handel in beeldjes, sleutelhangers en kettinkjes van de olifant. Ik ken mensen die een kast vol hebben in alle soorten en maten. Of een tattoo. Waarom? Waar staat een olifant voor? In de Oosterse godsdiensten speelt de olifant een belangrijke rol. Kracht, vrede, kalmte, succes, wijsheid, communicatie, familie en gemeenschap, vruchtbaarheid, huwelijkstrouw, geduld, toewijding, schepping, een lang leven, welvaart en nog een heleboel meer. De lijst van woorden die genoemd worden om een tattoo met een olifant te zetten is onuitputtelijk. 

In mijn huis heb ik 3 olifanten. Een hele kleurige, een hele kleine, en een heel oude, uit mijn ouderlijk huis. Er klopt niets van de verhoudingen, ook niet van de kleur, maar ik ben er aan gehecht en sinds vanmorgen weet ik dat hij wijsheid, kracht en voorspoed brengt. En omdat de slurf omhoog staat ook nog extra veel geluk. Ik wist het. 

Wat weet je over Connie Palmen


 In de finale van het televisieprogramma De Slimste Mens was het een vraag: Wat weet jij van Connie Palmen? Kandidaat en journaalpresentator Astrid Kersseboom verslikte zich. “Hans Wiegel”, gooide ze eruit, als partner van. Toen ze haar fout even later ontdekte barstte ze in lachen uit: ” zei ik Wiegel?”. Dat ontspannende gieren van de lach moet haar de overwinning gebracht hebben. Even later mocht zij zich de Slimste Mens van het zomerseizoen 2020 noemen. 

Vrijdagavond keken 2,1 miljoen kijkers naar de finale van De Slimste Mens. Het best bekeken programma van die avond. Een absoluut record. Ter vergelijking: het journaal van 8 uur is meestal het best bekeken programma met tegen de 2 miljoen kijkers. De Slimste Mens heeft een ijzersterke formule blijkbaar. Vast patroon, eenvoudig decor, zelfde presentatoren, diverse gasten, niet langer dan 40 minuten, voorspelbaar. Denk dat het een relatief goedkoop programma is. 

Connie Palmen kwam nog een keer langs dit weekend. Onder normale omstandigheden zou dit weekend de Uitmarkt gehouden worden. Tijdens de Uitmarkt wordt het theaterprogramma van het komende winterseizoen gepresenteerd. In Amsterdam is het dan gewoonlijk één grote mensenmassa. De laatste jaren voor mij geen optie meer om heen te gaan: te veel, te vol. Ik vond het ook altijd lastig te kiezen naar wie je nou beslist heen moest gaan. Voorheen voer ik blind op mijn vriendin Wanda, die een neus had voor aankomend en vernieuwend talent. Maar zelf ben ik daar niet zo goed in. Dit weekend was het Wende die een keus had gemaakt voor mij. En ik hoefde er niet eens voor naar Amsterdam. Ik kon gewoon op mijn bank de uitzending bekijken. En ik was verbluft. Ik zit na te denken over de woorden die kunnen beschrijven hoe mooi, hoe ontroerend, hoe wonderschoon het was. Hoe knap vormgegeven. Ga zelf maar kijken, zou ik zeggen. Ja en toen was daar ook even Connie Palmen, schrijfster van De Vriendschap, van Jij zegt het, partner van Ischa Meijer en Hans van Mierlo. Met die onnavolgbare stem, dat wilde haar, die zachte geej. Over “de krankzinnige dooddoener, de belachelijke domme, wrede wet van de 20e eeuw, dat je eerst van jezelf moet houden om van een ander te kunnen houden.” Jij houdt van een ander, de ander houdt van jou, jij  bent zo druk met houden van, het is toch te gek dat je ook nog bezig moet zijn met van jezelf te houden. Een preek waar ik de zondag wel mee in kon. 

En nog even over de kijkcijfers: Dit magistrale programma werd bekeken door 206.000 kijkers. Kwam niet voor in de lijst van 40 best bekeken programma’s van afgelopen zaterdag. 

* Programma Uitmarkt 2020 is terug te zien op NPO Start

* Connie Palmen leest een tekst uit haar boek De Wetten

* David Grifhorst, regisseur van o.a De passion. 

* Zie ook Wiskeschrijft.wordpress.com   niet meer naar de Uitmarkt

  

6 vrienden

“Wat moet ik met zes vrienden? Ik heb niet eens zes vrienden!”, grapte een “vriendin”. Ze reageerde op het advies van premier Rutte na het opleven van het coronavirus om niet meer dan zes vrienden uit te nodigen op je verjaardag bijvoorbeeld. Ik dacht wat langer na over het woord “vriendin” toen ik het opschreef. Wanneer is iemand je vriendin? Je vriend? Spreek je dat samen af? Zet je dat in je profiel van facebook? Je gaat er niet voor naar het gemeentehuis of naar de kerk om het in te laten zegenen, te bevestigen. Je hebt een poos met elkaar opgetrokken heel intensief, heel intiem, je kon het heel goed met elkaar vinden, je deelde van alles met elkaar, je lachte samen, huilde samen, kun je elkaar dan vriendin noemen? Kun je ook eenzijdig van jouw kant iemand je vriendin noemen? Of voor een poosje? Het is wel een speciaal gevoel van binnen dat je weet: jij en ik wij verstaan elkaar. Ik weet precies wie ik een vriend, of in mijn geval meestal, een vriendin zal noemen. Tijd speelt een rol. Je kan uit elkaars gezichtsveld raken. Je verhuist, krijgt een andere baan, de ander is in een andere wereld terecht gekomen, met andere zaken bezig. Je was even heel dicht bij elkaar. Maar op een gegeven moment niet meer. Maak je het dan uit? Of laat je het zachtjes uitdoven? Tijd kan ook vriendschap verdiepen, iemand die meeliep in je leven, niet echt een vriend was, maar wel altijd mee is blijven lopen kan van onschatbare waarde worden. 

Bij het zoeken van een foto bij dit stukje over vriendschap vond ik de foto met de 6 paraplu’s. Ik wilde ingaan op het onderhouden van vriendschap. Want net als in een liefdesrelatie is het van belang zorgvuldig om te gaan met vriendschap. Daarom kun je ook geen tientallen vriendinnen hebben. Als je zes vrienden hebt en je wilt het goed houden en hebben met elkaar zul je daar tijd in moeten steken. Zo versta ik ook de uitroep:” Wat moet ik met zes vrienden!”. En het is zeker niet altijd een goed idee om ze bij elkaar te zetten op je verjaardag. Want één op één daar vindt het echte contact, de echte ontmoeting, de echte aandacht voor elkaar plaats. Neemt niet weg dat de gezelligheid, de vrolijkheid, de verbondenheid van een vriendenclubje van zeven niet te versmaden is. De foto hierboven is van zo een clubje. De Golden Girls, al meer dan 25 jaar door wind en regen. Een foto van 15 jaar geleden. Toen ik de foto omdraaide las ik een handgeschreven nieuwjaarswens: Dat we het beste in onszelf niet kwijtraken, maar mogen behouden en ervan delen naar elkaar toe. En zo is het lieve vriendin. Dat is vriendschap. Ik koester het, voel me er rijk mee. Ik wil je niet kwijtraken. Nog lang niet.


Foto: Golden Girl Gien Klaver 

 

de geur van dille


Niet meer kunnen ruiken. Coronapatiënten hebben er na hun genezing nog langdurig last van. Geurverlies. Het belang van de geur als zintuig wordt vaak onderschat. Tot je het mist. Dan ervaar je pas hoe belangrijk geur is. Bij het eten. Je welbevinden. Maar ook bij de keuze van je partner bijvoorbeeld. Ziet er mooi uit, heeft een goede stem maar ruikt verkeerd? Gaat niet goedkomen.

Bij het maken van een zogenaamd Levensboek, een verhaal over het leven van een mens, zijn de zintuigen het uitgangspunt bij het ophalen van herinneringen. Met vragen als: Bekijk de foto van jullie tuin goed, wat zie je, welke herinnering komt boven? Je hoort de stem van G.B.J Hilterman waar ben je, wat doe je? Je voelt de wol van een vest, wat gebeurt er met je? Het gezicht, het gehoor, de tastzin. En dan volgt het hoofstuk ruiken. Nummer 4 van de belangrijkste zintuigen. Wonderbaarlijk wat er te voorschijn komt uit je brein als je langs een ligusterhaag loopt, of je neus boven een doos boenwas houdt. Groene zeep, het wasmiddel dat je moeder gebruikte, pas gemaaid gras, kippensoep, de tuin na een regenbui. De verhalen komen vanzelf. Vaak heel gedetailleerd. Verdrietige herinneringen. Mooie herinneringen. 

Na het onweer van gisteravond had ik gehoopt dat de natuur fris, schoongewassen zou ruiken. Dat is niet het geval. Het heeft nauwelijks geregend na het vuurwerk van lichtflitsen. De deuren staan wagenwijd open vanmorgen. Af en toe valt er een druppel. Ook geen geur dus van een tuin na een regenbui. Maar wel een sterke geur in de kamer: Twee takjes dille. Zojuist opgehaald bij de bloemenwinkel om de hoek. € 1,40. Een regen van herinneringen van heel lang geleden. Zon, zomer. Een leeg huis met ruime kamers. Witte lakens. Het lijf vol verlangen. Een open raam. Een koerende duif. Raadselachtige schilderijen aan de wand. En uit de zwarte boxen Maria Callas: J’ai perdu mon Eurydice. 

Alles gaat voorbij, verloren, maar ergens ligt de herinnering opgeslagen. Voor altijd. Wat ben je rijk, als je niet doof bent, of blind, je huid nog kan voelen, je nog kunt ruiken.