Rembrandt 


Het was augustus 2012. In het hoge Noorden. De verjaardag van jongste broer. Na het gebak en voor het eten gingen we even naar het naburige museumpje. Een tentoonstelling met kunstwerken van glas. Aan het eind van de tentoonstelling werden de bezoekers uitgenodigd iets te maken van de glazen knikkers, die op de grond lagen. Bezoekers voor ons hadden sterren gemaakt, bloemen en een huisje. Mijn oudste zus ging er bij zitten. Op haar knieën. Ze veegde een aantal knikkers bij elkaar en rommelde ze wat heen en weer. Behoedzaam gleed haar hand door de knikkers. Toen stond ze op. Daar lag haar kunstwerk. Het was een vogel? Een bloem? Een hardloper? Ze keek tevreden. Mijn artistieke zus, die zo kon tekenen, schilderen, kleding naaien, kamers inrichten, huizen mooi maken,  bloemen in de vaas zetten, tuinen inrichten. Al jaren vergeetachtig, in de war. Met een verbaasde blik had ze gekeken naar een doos met kleurpotloden op haar verjaardag. Wat was dat? Wat moet je daar mee? Voor de knikkers ging ze op de knieën. Een oprisping van haar kunstenaarschap. Een vonk. Een lichtstraal. Op een zonnige zaterdagmiddag in het Groningse land.

In het Rijksmuseum in Amsterdam is op dit moment een tentoonstelling te zien van het werk van de Spaanse schilder Velazquez en onze eigen Rembrandt. Allebei portretschilders uit de 17e eeuw. Hun werk lijkt op elkaar. Opvallend hun fascinatie voor de lichtval in hun schilderijen. Ze leefden in dezelfde tijd, maar hebben elkaar nooit ontmoet. Nu zijn hun werken naast elkaar te zien. Een van de werken is het portret Lezende oude vrouw (Profetes) uit 1655. Ik zag de afbeelding ervan in de krant en moest even slikken. Het was heel lang geleden dat ik het voor het laatst had gezien. Het hing bij ons in het trapportaal. Jaren heb ik er langs gelopen en er naar gekeken. Oudste zus had het opgehangen. Het mocht niet in de kamer. Daar hingen de landschapjes en het zeegezicht. Maar Zus keek verder, wijder en introduceerde een echte kunstenaar in ons gezin: Rembrandt. In de familieapp vroeg ik of iemand zich de reproductie nog kon herinneren. Alleen mijn broer wist het nog. ” Ik vond het als kind best eng”. Hij vroeg zich af waar het gebleven was. We wisten het niet. 


Rembrandt-Velazquez. Nederlandse & Spaanse Meesters, te zien van 11 oktober tm 19 januari in  het Rijksmuseum Amsterdam.

oase

Ja ga maar zitten. 

Ik ga een kop koffie voor je zetten.

 Zit je daar goed?

Melk? 

Iets erbij? 

Je jas aan de kapstok. Je schoenen uit. De lekkerste stoel voor jou. Het mooiste plekje voor jou.

Ik zal luisteren. Stil zijn. Naar je kijken. Laat de zon je maar verwarmen. Ik zal de muziek opzetten. Ik zal haar zachter zetten als ik zie dat je het te hard vindt. We kijken naar buiten. We zien de bloemen.

het gras

het water 

de vogels

de vissen

de bomen

de lucht

de wolken 

de hemel

We zuchten zachtjes. Mooier zal het niet worden. Het zal voorbijgaan. Maar het was er. Soms. Even

soldaat


De bevrijding van ons land 75 jaar geleden wordt een jaar lang uitgebreid herdacht. De bevrijding begon in het zuiden van ons land en stokte in de omgeving van Arnhem. Operatie Market Garden mislukte jammerlijk. Het verdriet om de gestorven kameraden spatte er vanaf bij het handjevol overgebleven veteranen die aanwezig waren bij de herdenking van de luchtlandingen op de Ginkelse Heide bij Ede afgelopen zaterdag.

Een indrukwekkende ceremonie. Uniformen, de groet, de kransen, het volkslied, de stilte. Serieuze gezichten, kleine gebaren, trillende bewegingen. Een miltaire ceremonie. Zomergast Ivo van Hove noemde het schoonheid, kunst. Hij liet de tv-beelden zien van de ceremonie die gehouden werd toen de overblijfselen van de slachtoffers van de MH 17 werden thuisgebracht op vliegveld Eindhoven. Hoe alles klopte. De kisten die uit de vliegtuigen werden gehaald. Zorgvuldig, zonder onverwachte beweging. Passen die klonken op het asfalt. Precies gelijk. Vlaggen die tikten tegen de masten.  Glanzende zwarte auto’s in een lange rij over de snelweg. De stilte. De muziek. Presentator van Zomergasten Janine Abbring was zichtbaar verbaasd dat gewoon een generaal dat bedacht had en dat doodgewone militairen het feilloos uitvoerden.

Een poppenkast met mannen in apenpakken?  Dat zeg je vandaag niet meer over militaire rituelen. De herdenking bij Ede trok zaterdag meer dan honderdduizend bezoekers. Overal in het land maken mensen zich op om het 75 jarige bevrijdingsfeest in hun stad of dorp te vieren. Jonge mensen pakken het op. Zorgvuldig. Waardig. Een jongen begeleidt een oude veteraan naar het graf van zijn gestorven kameraad. Voetje voor voetje. Ze staan stil. Voorzichtig haalt de jongen zijn arm uit de arm van de veteraan. Trillend gaat de arm van de oude man omhoog. De vingers tegen de baret. Een beeld om niet te vergeten. 

goud

De taalpolitie heeft weer uitgehaald. De “Gouden Eeuw” mag niet meer. Alsof wij met ons allen niet wisten dat in die tijd het echt niet voor iedereen goud was wat er blonk. Voor wie was het eigenlijk een mooie tijd? Ik neem aan voor een kleine elite. 

Het woord, de taal is het instrument van de mens om te communiceren. Maar wij weten dat een woord nooit helemaal de lading dekt. Sterker iedere poging om in woorden te vatten wat er gebeurt, wat iets is, is in de kiem een beperking van hetgeen wij willen overbrengen. Zaterdag was ik bij de afscheidsceremonie van mijn zus. Als familie hebben wij haar leven verteld, haar levensverhaal. Wij zijn een familie van het woord dat werd wel duidelijk, het waren stuk voor stuk mooie verhalen waar we sympathieke reacties op kregen. Maar natuurlijk schieten woorden tekort en vertellen ze niet alles. Met woorden kun je iets mooier maken dan het was of juist lelijker. Onder de woorden bevindt zich de laag waar het echt om gaat. Als je in staat bent met woorden bij die laag te komen ben je een gezegend mens. Schrijven kan een manier zijn om daar te komen. Zoals muziek maken, of dansen. Met woorden kun je dicht bij het geheimenis, bij het mysterie komen. Mooie woorden, mooie verhalen raken. Niet omdat ze precies vertellen hoe het zit, maar omdat ze je brengen bij het geheim, het mysterie. “Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. Alleen met het hart kun je goed zien .” (De Kleine Prins*) Dat geldt ook voor de oren. Woorden duiden iets aan. Maar achter de woorden, tussen de regels, in de stiltes daar gebeurt het, daar gaat het om. Kunst in welke vorm dan ook kan je daar brengen. Dat is prachtig. Dat is goud. 

* De Kleine Prins, Le Petit Prince van Antoine de Saint Exupery is na de bijbel het meest vertaalde boek ter wereld. Een sprookje met diepe universele waarden. Een verhaal over een jongetje op zoek naar vriendschap. 

de hemel is dichtbij


De regen kwam toch nog. Op het laatste stuk. Net voor we het hotel in zicht kregen viel ze. Ongenadig. Striemend. Nat. Door en door nat waren we.

Een warme douche, droge kleren en witte wijn. We waren er weer. Spic en Span aan het diner.

26 Jaar geleden startte een van ons het groepje. Samen een paar dagen doorbrengen, wandelen, lekker eten en van alles uitwisselen, diepzinnige gesprekken, lachen. En sprakeloos zijn, niet weten wat te zeggen, zwijgen. 

Er is gescheiden, getrouwd, alleengekomen. Er was ziekte, verdriet, ontslag. Er waren kinderen, kleinkinderen, geen kinderen, geen kinderen meer. We bleven gaan. Wandelen werd fietsen. Fietsen werden e-bikes.

Ieder jaar kijken we elkaar aan en zeggen we het: hoe mooi het is, het was en hoe bijzonder. Hoe waardevol. En dat we er volgend jaar weer zullen zijn. Kunnen zijn. Hopen te zijn. 3 Heerlijke dagen. Weer.

Foto: Annelies van Ginkel 5 september 2019 

Het vriendinnengroepje de Golden Girls vierde in 2018 haar 25 jarig bestaan.

9/ 11/2020: geen uitstapje van de Golden Girls dit jaar: Corona, ziekte.

de steen

Je bent wolk, zee, vergetelheid. Je bent ook wat je hebt verloren”. Aldus Jorge Luis Borges, een Argentijns schrijver uit de vorige eeuw. Raadselachtige woorden. Ze stonden voor in een boek. Als motto. Had ze op een papiertje geschreven en op een tafeltje gelegd. Af en toe las ik ze en dacht er over na. 

Deze zomer verloor ik een steentje. Ik had het steentje 15 jaar geleden gekregen van mijn 1 jaar oude kleinzoon. Hij had het voor me meegenomen uit Portugal. Zijn oma had immers iets met stenen. Het steentje lag vanaf die tijd op mijn nachtkastje. Soms onder het kussen. Vaak werd ik wakker met de steen in mijn hand. Die was dan warm. Als ik op vakantie of logeren ging nam ik haar mee. In mijn broekzak. Als het spannend was voelde ik naar de steen. En waar ik ook slapen ging daar was de steen in de buurt. Toen ik deze zomer terugkeerde van vakantie kwam ik er achter dat ik de steen achtergelaten had in het hotel. Vergeten. Hoe was het mogelijk. Portemonnaie, mobieltje, maar geen steen. Vreemd. Want juist deze vakantie had ik overwogen de steen achter te laten. 

Het was bij een put op de binnenplaats van een fort. Een stenen put met een ijzeren deksel erop. En op dat deksel een kei. Een ruwe steen. Ik vroeg me af waarom de put zo hermetisch was afgesloten. Behalve het hangslot ook nog een zware kei. Om vandalisme te voorkomen? Vervuiling? Geen troep in de put? Of om veiligheidsredenen? Misschien een hele diepe waterput waar je in zou kunnen vallen als je te ver voorover buigt. Ik dacht aan aan het afdekken van iets dat heel diep verborgen zit. En dat het goed kan zijn als dat goed opgeborgen is. Zoals nare gedachten: zwarte slangen. Slangen die ik op zou willen sluiten. Niet langer kijken in die put. Niet langer roeren in het troebele water. Deksel erop. Dicht. Steen er bovenop. Misschien zou ik er een steen bij moeten leggen. Als symbool. Misschien wel mijn lievelingssteen. Ik deed het niet. 

En nu was het me overkomen dat de steen achtergebleven was in dat verre land. Wat ik zelf had willen doen, overkwam me. Mijn moeder zou hebben gezegd: “Het heeft zo moeten zijn”. Aan die woorden dacht ik. En aan de woorden van Jorge Luis Borges: “Je bent ook wat je hebt verloren”. 

blote voeten

Het voordeel van een goed geisoleerd huis is tegelijk haar nadeel. Toen het buiten allang onder de 25 graden was en ’s nachts al ver onder de 20, toen de regen met bakken uit de hemel viel, bleef de temperatuur in huis nog ruim 23 graden. En nu een nieuwe hittegolf zich aan schijnt te dienen, zie ik de temperatuur al weer stijgen. Ik vrees voor de warme nachten. Iedere nacht zwetend je bedje uit. De isolatie houdt de warmte lang tegen, maar als de warmte eenmaal binnen is, wil ze er ook niet meer uit. 

Korte warme nachten, in de vroege morgen naar buiten, zwemmen, boodschapjes halen en dan niets doen, bijna niets. Je rustig houden, geen alcohol, licht eten, veel drinken. Een boek lezen, tv kijken. Dat is het recept om de hitte te overleven. Niets doen. En als er iets moet: tempo doeloe.

Eigenlijk een prima leventje. Zomer. Warmte. Vakantie. In makkelijke kleren een beetje scharrelen. Op blote voeten het huis uit je tuin in. Leuke dingen doen. Beetje gezellig hebben met elkaar. Ieder jaar neem ik me voor het vrije gevoel vast te houden, het makkelijke, het “niets hoeft”. Maar ik voel het al. Het komt er weer aan. Agenda, verplichtingen. Eigenlijk wil ik de kooi nog niet in. 

geen tekst


Het kleine meisje laat het raam in de auto zakken. Ze blaast over haar hand en roept: hou van jou. De vrouw aan de deur roept terug: ik van jou. 

Het ik hou van jou, is niet langer voorbehouden aan het intieme moment tussen twee geliefden, of de bekentenis van een wanhopige verliefde. Houden van. Ik hou van je. Wat bedoelen we daar precies mee. Wat bedoel ik er precies mee. In een uitzending van Human Interest op de zondagmiddag praat een groep jonge mensen over dit onderwerp. Ze praten over diepzinnige onderwerpen terwijl ze een maaltijd klaarmaken. Op de achtergrond een verlaten landschap. De mevrouw die de sessie leidt kijkt een jonge man diep in de ogen en vraagt: met welke woorden zou je dit moment tussen ons willen beschrijven? De reactie van de jongeman is een stotterende zin. De begeleidster antwoordt: woorden beperken, taal beperkt wat je wilt uitdrukken. Een lied bijvoorbeeld roept een gevoel op. Als we er over gaan praten kunnen we elkaar een beetje uitleggen wat we bedoelen als we zeggen dat we zo houden van die aria van Bach of wat we bedoelen met de heerlijke geur van regen. Soms menen we bij elkaar te voelen: jij en ik voelen hetzelfde. Herkenning. Alsof we even één zijn. Een gebaar  bevestigt dat. Of een blik. De stilte die valt. Een zucht. Een hartstochtelijk yes. Of ik hou van jou.



Ik denk niet dat mijn vader ooit tegen mijn moeder heeft gezegd: ik hou van jou. Of andersom. Toch ben ik er van overtuigd dat zij van elkaar hielden. Mijn eerste geliefde was ook niet zo’n ik hou van jou zegger. Ik geloof dat ik dat ook niet niet zo veel gezegd heb. Onze lijven wisten het wel. En als we dubbel lagen van het lachen was het of we opgetild werden. Het was er.

Houden van. Moet je zuinig zijn met ik hou van jou?  Of moet je niet ophouden het te zeggen, smileys en hartjes te sturen naar zo veel mogelijk mensen op zoveel mogelijk momenten? Ik vind het aangenaam dat we wat makkelijker aardig en complimenteus naar elkaar zijn. Maar overdrijf niet. Laat het spontaan en oprecht zijn. Geen maniertje. Ontroering, verdriet, vreugde, angst, het mysterie van de liefde: te mooi om er een wegwerpartikel van te maken. 

voor Anna


AFSCHEID

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een

boodschap doet

hier om de hoek

en dat je niet gekleed bent voor

een lange reis.

Je kus is licht

je blik gerust

en vredig zijn je hand en voet.

Maar achter deze hoek

een werelddeel

achter dit ogenblik

een zee van tijd .

Zul je voorzichtig zijn? *



En Anna 

Zul je niet ophouden te:  kletsen, babbelen, zeuren, lachen, giechelen, schateren, rennen, huppelen, springen, fantaseren, gek doen, zingen en vrolijk zijn?  

1/7-2019 

* Gedicht Afscheid van Adriaan Morrien 

leeuwin


Marta heet ze. Marta Vieria da Silva. ” Pele in een rok”. “De koningin van het voetbal”. “s’ Werelds beste voetbalster”. “6 Keer beste voetbalster van het jaar wereldwijd”. “De best betaalde voetbalster” “Een legende”. “Een leeuwin”. 

Ooit werd ze provinciaaltje genoemd. Bicho do mato.  Opgegroeid in een eenvoudig dorpje Dos Riachos op het platte land van Brazilië. Toen ze een baby was verliet vader het gezin. Moeder voedde haar 4 kinderen alleen op. Nou ja wat er aan tijd over bleef naast al haar werkhuizen en baantjes om haar kinderen te eten te geven. Marta groeide op in de straat, waar ze voetbalde met de jongens. Die wilden haar er wel bij hebben, want ze kon het en ze was fanatiek. Als haar moeder werd aangesproken omdat ze voetbalde met de jongens, zei haar moeder: “Laat haar toch”. Marta zegt over haar moeder in een brief aan haar jongere zelf: “Hoewel ze veel weg was. Ze was er. Altijd. Altijd was ze er als iemand in mijn  omgeving het me lastig maakte”.

Het provinciaaltje zal het ver brengen ondanks alle weerstand. Sterker de weerstand maakte haar alleen maar strijdlustiger. Ze werd een warm pleitbezorger van het vrouwenvoetbal, gendergelijkheid, vrouwenemancipatie in het algemeen. Gister droeg ze het stokje over aan de jongere garde. Met haar 33 jaar is ze oud in het team van As Canarinhas. Ze richt zich rechtsstreeks tot de jongere garde: nu zijn jullie aan de beurt, trainen, keihard werken en niet te snel ontmoedigd raken. Misschien huil je in het begin, maar uiteindelijk zul je lachen. 

Ze sprak de woorden gisteravond nadat ze had verloren van Frankrijk in de verlenging. Met opgeheven hoofd verliet ze het veld. Met mooie woorden. En rode lippenstift. 

Bronnen: Wikipedia en NRC