Taize
Uncategorized
bedankt, hartstikke bedankt
Bij mij in de straat woonde Henk. Hij was niet zo opvallend aanwezig op de verjaardagsvisites in de buurt. Ik had eigenlijk nog nooit echt met hem gesproken. Op een borrel vroeg hij mij of ik mee wilde werken aan zijn politieke programma “Aan de Keukentafel”. Ik moest dan een week lang de krant lezen en commentaar geven op opvallende zaken in het politieke domein. Ik was verrast dat hij me vroeg, waarom ik? Jij bent altijd nogal uitgesproken en je kunt het goed verwoorden. Ik voelde me gevleid en vereerd en keek ineens heel anders naar die rustige buurman van me. Het programma werd leuk en ik deed inderdaad een paar pittige uitspraken. Ik was trots op het resultaat en dat was Henk en zijn compaan Bertus ook. Niet lang daarna werd ik gevraagd het program over te nemen, want Bertus stelde zich beschikbaar als raadslid en dan kon je niet tegelijkertijd een politiek programma presenteren. Ik werd gelijk in het diepe gegooid met het presenteren van een politiek debat. Nou daar viel veel op aan te merken. Dat vond Henk ook. En dat liet hij weten ook. Na iedere uitzending kreeg ik te horen wat er niet goed was. Handen stilhouden! Hoofd stilhouden! Niet zwaaien met je armen! Niet wijzen! Korte vragen stellen! Een vraag tegelijk stellen, geen twee of drie. Korte vragen! Vriendelijk kijken, niet zo streng! Niet op een antwoord steeds bevestigend antwoorden met ja. En nog veel meer. Het was niet vaak goed. Ik keek na de uitzending eerst angstig en nieuwsgierig naar de reactie van Henk. Als de duim van Henk omhoog ging was het goed, dat wist ik.
Later gingen onze wegen uiteen en kwam er een nieuwe redactie. Henk overleed vrij plotseling. Ik mocht een memoriam uitspreken op HOitv.
9 Jaar later stop ook ik met het politieke programma wat Henk samen met Bertus Bannink bedacht en vorm gaf. Raadsplein. Het werd mijn kindje. Maar het is mooi geweest. Op naar iets nieuws. Ik krijg lieve reacties. Gister riep iemand me vanaf de fiets: Bedankt he! Hartstikke bedankt!
Het is mooi als mensen iets in je zien en je de kans geven je talenten te onwikkelen. Bedankt LOH, bedankt Henk Piksen, hartstikke bedankt.
Foto: Bouke Meindersma . Van links naar rechts: cameraman Helmich Visser, Henk Piksen, presentator Bertus Bannink en ondergetekende.
kwijt

We hadden ze samen te water gelaten. 5 Windes. 5 Goudkleurige visjes. Vijf, dat is het huisnummer. Eerst even laten wennen aan het water in de plastic zak. En vervolgens de zak openmaken en hup het water in. In een groepje zwommen ze de vijver rond. Drie kleine meisjes en een oma helemaal blij.
Nu was het moederdag. Koffie met taart. Cadeautjes. Bloemen en planten. Zon op het terras. Maar de stemming is bedrukt. Het uitzicht op de net aangelegde vijver is mooi. Maar. Nergens een visje te bekennen. Een reiger natuurlijk. Na een dag al. Ik had het kunnen verwachten. De Regge is vlak bij. Reigers in overvloed op korte afstand. Niet voor niks hebben alle vijverbezitters in het Rooie Dorp netten of draden boven hun vijvers gespannen.
Ik kijk naar mijn mooie nieuwe vijver. Het is net of er een kras op je nieuwe auto zit. Ik vertel hoe ik als klein meisje een mooi bewerkt stokje hoog de lucht in gooide en het ergens in een heg verdween. Uren heb ik het gezocht en dagen erna heb ik nog vaak gezocht. Maar nooit gevonden. De vriend van mijn oudere zus had het speciaal voor mij gesneden. Met mooie ringen en inkepingen en spiegelglad. Ik was er hartstikke blij mee. Speciaal voor mij. Meestal waren mijn oudste zussen niet enthousiast als ze op zondagmiddag hun jongste zusje op sleeptouw moesten nemen. Maar deze vriend wist wel hoe hij een klein meisje rustig moest houden. Hij pakte een rood zakmes. Van een tak sneed hij een stok. Hij maakte er een toverstokje van. Mooi glad, ringen van de bast en speelse inkepingen. Ik was de hele middag zoet en het jonge stel kon in de duinpan doen waar ze zin in hadden. Toen we bijna thuis waren deed ik nog één keer het kunstje wat op het strand gelukt was. Als een majorette het stokje de lucht in en dan vangen met de hand. En toen verdween het stokje in de heg. Nooit meer gevonden. Ik was ontdaan. Ziek was ik er van. Mijn kinderen lachen om het verhaal. Vissen genoeg toch, wat kosten ze nou helemaal en gewoon draadjes er over heen spannen, zo moeilijk is het niet toch.
In de loop van de dag vergeet ik de visjes. Als ik ’s avonds thuis kom zie ik dat de jongeman die de tuin en de vijver aangelegd heeft gebeld heeft. Terwijl ik hem terugbel kijk ik naar de vijver. Tot mijn stomme verbazing zie ik een klasje van vijf kleine rode visjes in de door de regen schoongewassen vijver. Heb jij er nieuwe in gedaan Bram? Nee, maar daar belde Bram ook niet voor. Hij is zijn peperdure Laptop met al zijn gegevens, inclusief zijn afstudeeropdracht kwijt. Het laatst had hij hem bij mij ingekeken toen we samen naar voorbeelden van planten keken. Maar hier in huis geen laptop. Gestolen uit zijn auto waarschijnlijk. Weg, kwijt. Op Facebook hebben honderden zijn oproep om informatie gedeeld. Tot nu toe zonder resultaat. Zoeken. Soms vind je het, soms op een moment dat je het niet zoekt. Soms ben je het kwijt. Voor altijd.
Renate
Op 17 maart 2004 was Renate Dorrestein in Nijverdal in de bibliotheek. Het was een leuke vrouw die er ouder uitzag dan haar leeftijd. Dezelfde humor en nuchterheid als Annie MG. Ze las een stukje voor uit Een hart van steen. Ik had haar boeken verslonden en een paar er van hadden we met ons boekenclubje besproken. Ik kan me nog het boek herinneren met aardbeien op de omslag en ik weet dat ik naar aanleiding van dat boek nooit vergeten ben wat ze zei over de loyaliteit van ouders met hun kinderen. : Er wordt altijd gezegd dat ouders loyaal zijn aan hun kinderen , maar het omgekeerde is waar, kinderen zijn ontzettend loyaal aan hun ouders.” Het ‘gezin’ noemde ze “een sociale constructie, een ogenschijnlijke veilige haven, een onaantastbaar bolwerk, waarachter kinderen zijn overgeleverd aan hun ouders.”
Op de vraag van een journalist in Trouw op 4 januari van dit jaar over het gezin waarin zij zelf is opgegroeid antwoordt ze: “Nee ik ga je bitter teleurstellen. Ik heb wel gedacht: als mijn ouders dood en begraven zijn, heb ik mijn handen vrij. Maar nu ze allebei zijn overleden, realiseer ik me dat je zelf geen mooier mens wordt als je nare dingen over een ander zegt.” En ze grapt er achter aan: “En zo meteen kom ik ze natuurlijk weer tegen in het leven na de dood. Je weet: Trouw wordt in de hemel bezorgd. Zul je zien dat ze dan net de krant hebben gelezen! Uit puur eigenbelang hou ik mijn lippen op elkaar. ” Zo laat ik meteen een mooie mythe achter: wat was er nou toch met die Renate?”
Dat zullen we dus nooit weten. De schrijfster van bij tijd en wijle afschrikwekkende verhalen zoals de moeder die een appelboor in de vagina van haar dochter stopt (“Het is mijn overtuiging dat literatuur verontrustend moet zijn. Literatuur gaat over de menselijke configuratie, die een onuitputtelijke bron van wreedheid, verraad en conflict is, en dus onherroepelijk voor leed zorgt.” ) heeft nooit over het gezin waar ze uit komt willen spreken. In een radiointerview op 28 september van Radio Kunststof is ze wijs en mild en emotioneel over haar naderende dood. Ze voelt zich gedragen door alle lieve reacties op haar ongeneselijke ziekte. Ze praat over ergens bijhoren, over verbinding, het menselijk tekort, het conflict, haar Self Chosen Family, vrienden en vriendinnen die voor haar zijn als een gezin. Tot mijn verbazing en die van de interviewster vertelt ze dat ze gelovig is en dat ze er van overtuigd is dat er een leven is na de dood. “Waarom moet je alles willen begrijpen?”
In Trouw vanmorgen staat boven haar rouwadvertentie een tekst van Tolstoi: ‘Alles, alles wat ik begrijp, begrijp ik alleen om wat ik liefheb.’
Daar ga ik eens diep over nadenken.
Dank u wel mevrouw Renate Dorrestein.
om mee te nemen
Iedere dag zette ik iets aan de kant van de weg. Met een plank erachter waar op geschreven stond: om mee te nemen. Voor ik mijn nieuwe stulpje ging betrekken moest er een heleboel weg. Nog meer weg dan ik al weg had gedaan voor ik mijn tussenhuis had betrokken. Nog meer ontspullen. Nog een keer langs al die kleren, boeken, hebbedingetjes en noem het maar. Zo verdween de ouwe televisie van mijn moeder binnen tien minuten naar iemand die ik niet gezien heb toen ik haar had neergezet. Dat was vaak het geval. Ik heb bijna niemand gezien die iets wegpakte. Of er bij bleef staan als ik in de buurt was. Maar. Alles verdween: boeken, beeldjes, kopjes, glazen, het complete servies van 40 jaar oud, de vuurvogel van papier-maché, een printer, speelgoed, de kinderstoel, lampen, een beeld voor in de tuin, een trap, de maaimachine, ja een mens verzamelt wat in haar leven. Bij sommige dingen moest ik echt even slikken: gaat dat echt weg? Kom op ja het gaat weg. Soms liet ik het een tijdje in de kamer staan. Dan vatte ik moed en ja hoor niet zeuren weg er mee. Ik ontdekte dat er mensen waren die er op letten wanneer ik weer iets neer zette. Want ik deed dat om mee te nemen wel met beleid. Ik doseerde een bepaalde hoeveelheid en zorgde ervoor dat er altijd iets bijzonders tussen zat. Ik merkte ook dat er mensen in de buurt waren die er op wachtten wanneer er weer nieuw spul was. Een buurman kwam mij zeggen dat als ik die blauwe beeldjes weg zou doen hij graag de eerste wilde zijn. Ik zei dat de blauwe dames mee gingen naar het nieuwe huis. Hij was ook degene die vroeg of ik er niks voor wilde hebben. Nee niks, geef maar iets aan een goed doel anders. Een van de laatste dingen die wegging was mijn Japanse stereo installatie met de Bose boxjes. Ik heb ze aan de schilder die in het huis bezig was gegeven. Een jonge knul die me vroeg wat ik daar mee ging doen. Ik twijfel nog, zei ik. Ik zag hem met een verlangende blik kijken naar de zwarte installatie. Met zijn handen vol verfvlekken ging hij voorzichtig over de Boseboxjes. Neem mee gauw, zei ik, voor ik er spijt van krijg en weet dat ik ze met pijn in mijn hart weg doe. Ik voelde iets door mijn buik. Ja, zei ik, muziek dat is het mooiste wat er is, ik zou niet zonder kunnen. Wat is er veel moois uit die boxen gekomen. Ach en wanneer. En met wie? In mijn nieuwe huis heb ik een Sonosinstallatie, maar het geluid van de Boseboxjes…. De jongen laadde zijn trofee direct in de auto, bang dat ik als nog terug zou komen op mijn besluit denk ik. Hij keek helemaal blij.
Vanmorgen kreeg ik van iemand uit de buurt een foto van mijn opgelapte bureaustoeltje. Mooi of niet stond er op. En even later van iemand anders een appje: X is je zo dankbaar voor het bed. Geven is mooi werk. Zeker als de ontvangers zo reageren. Ik heb ook veel ontvangen in de afgelopen tijd. Vooral. Heel veel ontvangen. Geven en ontvangen. Één beweging. Je moet het kunnen. Je moet het durven. Mooi of niet.
ploegstof

De woninginrichter was blij met het jonge stel uit het westen des lands. We lieten ons helemaal meeslepen in zijn fantasieën. En eerlijk is eerlijk het resultaat mocht er wezen. Net als de rekening. Oranje vloerbedekking en bruine vitrage met een beige voering. En in de achterkamer Ploegstof gordijnen. Ze waren prachtig. Het stond geweldig. De gordijnen gingen mee naar het nieuwe huis in 1976. Er werden nieuwe bij besteld voor de lange ramen. Weer waren ze blikvanger. Bij een volgende verhuizing verdwenen ze in een plastic zak. Ze vermaken voor de slaapkamers was niet gelukt. Volgens de dames van het atelier viel de stof uit elkaar.
En nu kwamen ze te voorschijn bij het opruimen van mijn tijdelijke woning. Heb ze meegenomen naar mijn nieuwe huis aan De Tuinen in Nijverdal. Om even te gebruiken als tussenoplossing nu er nog geen raamdecoratie is. Ik heb ze gewassen en opgehangen. En ik viel even helemaal stil. Mijn mooie ouwe trouwe ploegstoffen gordijnen van bijna 50 jaar oud. Wat staan ze mooi! Wat zijn ze nog mooi. Hoezo uit elkaar vallen?
Op de plek waar ik nu woon lijken heden en verleden bij elkaar te komen, iedere keer weer. Ooit zijn wij hier als jong stel in Nijverdal begonnen aan de overkant in de Bouwmeesterstraat bij mevrouw Heinstman in de kost. Maar het is ook de plek waar Joop Aal, de onnavolgbare, onvergetelijke badmeester van het Ravijn ooit opgroeide. En dat is de opa van mijn kleinkinderen. De opa die op de begraafplaats ligt tegenover hun andere opa, de vader van mijn kinderen.
Zaterdag was ik met kleindochter Anna op de begraafplaats aan de Ninaberlaan. Ze huppelde vrolijk over de paden. En dat is begrijpelijk. Het is een mooie begraafplaats. Ze vertelde honderduit en vroeg van alles. Dingen die anderen me nooit gevraagd hebben. Zij vroeg het allemaal wel. Toen we weggingen vroeg ze: en waar is opa Ron nu oma? Ik zei dat ik het niet wist. Misschien in de hemel? En wat hij daar dan deed? Vissen misschien?
Het onweert in Nijverdal. En het regent. Met bakken komt het water uit de hemel. Als de laatste bui is weggedreven, gooi ik de ramen open. Ik adem de frisse schoongewassen lucht naar binnen. Vogels fluiten. Ik kijk omhoog. Wolken drijven voorbij. Stukjes blauw. Wat voel ik me thuis hier op deze plek in mijn mooie nieuwe huis. Alles is met elkaar verbonden. Niets gaat verloren.
de moeder

Zij was een beauty. In de stad werd zij miss Stad genoemd. Ze trouwde met een leuke vent. Net zo mooi als zij. Een knap stel. Intelligent, kunstzinnig, gevat, geslaagd, humor. Gewild en benijd. Twee zonen. En iedereen keek vol bewondering naar dat schattige gezinnetje. Een plaatje.
Toen kroop er iets in. Aan de buitenkant zag het er nog mooi uit. Maar. Achter de deur woedde een stille oorlog. Het lelijkste wat er in zat haalden ze uit elkaar naar boven. Wolven. De stilte als wapen. Elkaar doodzwijgen. Een slaande deur. Stekelige opmerkingen, blikken, in gezelschap.
En toch kwam er nog een jongetje. Een nakomelingetje. Een laatste uiting van liefde die er ooit was, of misschien nog wel was, maar zoek geraakt. Het jongetje was haar oogappel, haar lieveling, haar alles.
Het jongetje werd een man. Het vrolijke kind veranderde in een zoekende, dolende mens. Zij zag het en zocht hem, maar kon hem niet vinden. Als zij belde nam hij niet op. Zijn deur was dicht. Zij schreef hem iedere week een kaartje met lieve woordjes. Hij schreef nooit terug. Hij was altijd in haar gedachten. Een zware steen in haar buik. Hij stierf onder erbarmelijke omstandigheden. Ze huilde voor het eerst en voor het laatst in haar lange leven. Maria. Mater Dolorosa.
Vastentijd 2018 Het lijdensverhaal als bron van inspiratie. 26/2 Zie de mens. 5/3 Verraad. 12/3 Erbarme dich.
Foto van Nina Simone
erbarme dich

Hij was zo maar succesvol geworden. Gewoon geluk. Of toeval. Na schooltijd begonnen met filmpjes maken. Tot zijn stomme verbazing gingen ze in rap tempo de wereld rond. In grote getale. Beroemd. Hij werd beroemd. Een ster.
Op een warme zomeravond in de grote stad drinkt hij een pilsje met de mensen die zijn vrienden zijn geworden. Het is gezellig. Er wordt gelachen en gedronken en nog meer gelachen en gedronken. De wereld is van hen. Het leven is goed. Tegen de morgen gaan ze zingend naar huis. Het is al stil in de stad op een een enkele voorbijganger na. Bij de brug staat een man te kotsen boven het water in de gracht. De man schreeuwt en komt op hen af. Ze lopen met een grote boog om hem heen. ” Rot op man, ga naar huis!” Een wee gevoel in zijn buik. Bloed trekt uit zijn gezicht. De adem stokt. In een oogopslag heeft hij hem herkend. Hij zegt niets. Gaat niet terug. Loopt door. Snel door. Een korte zwaai naar de kameraden. Weg. Weg. Weg van hier.
Vastentijd 2018. Het lijdensverhaal als inspiratiebron. 26/2 Zie de mens. 5/3 Verraad
# Op de foto rapper Brainpower die dit jaar in de Passion de rol van Petrus speelt. Petrus de discipel die Jezus verloochent. #Mattheuspassion #Erbarme dich
verraad

Zij waren altijd samen. Nou ja niet de hele dag. Als het werk er op zat. Dan belden ze. Waar ben jij? Wat gaan we doen? Dan werd er een afspraak gemaakt en dan gingen ze. Naar de stad of naar de natuur. Of ze bleven in het dorp en dan spraken ze ergens af. In een kroeg of bij iemand thuis. Ze hadden het over van alles. Over kunst, boeken, een film, de politiek, de wereld, over idealen, de liefde. Het ging vanzelf. Er was geen reglement, geen secretaris, geen voorzitter, zelfs geen naam voor hun stilzwijgende verbond. Ze waren allemaal anders, niet allemaal even zichtbaar. Ieder een eigen rol. Ieder onmisbaar. De groep.
Maar er veranderde iets. Het was er zo maar ingeslopen. Discussies. Gedoe. Er ontstonden groepjes, kleine bondjes. Het wachten was op een uitbarsting. Die kwam. De groep spatte uit elkaar.
Jaren later zochten zij elkaar nog eens op en ontrafelden ze wat er nou gebeurd was. Sommigen haalden achteloos de schouders op, ach zo ging dat nou eenmaal: “We kregen partners, kinderen en we werden volwassen, het kon niet anders dat het een keer mis zou gaan. En toen J…” “Het was gewoon niet anders. Ze waren hun eigen leven gaan leiden”. Maar anderen zeiden dat ze vaak terugdachten aan de groep, dat ze terugverlangden naar die tijd en dat ze nooit meer in een groep gevoeld hadden wat ze toen met elkaar deelden: saamhorigheid, vriendschap, liefde. Een vrouw sprak. We hebben elkaar in de steek gelaten, verraden toen het er op aan kwam. We hadden het wel over mooie idealen, maar toen het er omging redden we allemaal ons eigen hachje, liepen we allemaal weg. Ze sprak met ingehouden woede en keek verwijtend in het rond. Niemand reageerde. Iemand zuchtte. Het was stil. Ze wisten het.
Vastentijd 2018. Het lijdensverhaal als inspiratiebron. 26/2 Zie de mens. 5/3 Verraad.
zie de mens
Meneer K woont in een lange straat. Een eenvoudige huurwoning in de binnenstad. Er komt nooit iemand bij hem op bezoek. Zijn buren weten niets van hem. Ze zien hem de deur uit gaan en er weer in. Af en toe boodschappen doen bij de Coop met een grote plastic tas van de Action.
In zijn huisje leidt K zijn leven. Iedere morgen 100 strekoefeningen. Hetzelfde ontbijtje. De koffie als besluit. Radio, tv, en dan naar de bibliotheek om de krant te lezen. Daar heeft hij ook met niemand contact. Tussen de middag bakt hij een eitje en maakt hij een puzzel. Dan is het weer de radio of de tv en wat rommelen in het huis. In de zomer in de piepkleine tuin. Soms staat hij zomaar uit het raam te kijken. Naar niks. Hij lijkt tevreden. Maar dat weet je niet.
Meneer K lijdt aan slapeloosheid. Dan wordt hij zomaar midden in de nacht wakker en valt hij niet meer in slaap. Meestal stapt hij dan na een poosje zijn bed uit. Hij trekt zijn kleren aan en gaat naar buiten, de stad in. Dan loopt hij door de stad tot het licht wordt. En gaat hij terug naar huis.
Op een zaterdagnacht in februari wordt hij zondagmorgen om 3 uur wakker. Hij luistert een uurtje naar de radio en gaat dan de koude nacht in. Hij dwaalt door de straten waar het stil is, de kraag van zijn jas omhoog want het is koud. Zijn adem maakt wolkjes in de lucht. Tegen de morgen fietst een groepje jongelui hem met veel kabaal voorbij. Als hij de weg oversteekt ziet hij een van de jongens achterom kijken. Snel loopt hij door. Hij gaat zo dicht mogelijk langs de huizen lopen. Als hij de straat uitloopt staan ze er. Lachend en joelend. Er is geen weg terug.
In de vroege morgen vindt een agent meneer K op straat. Bont en blauw, bloed. Koud. Reanimatie mag niet meer helpen
Als de heer K begraven wordt zijn er 5 mensen. De buurvrouwen, een man uit de bibliotheek en een moeder van een van de jongens. Zij huilt. Haar zoon had ook gehuild. Hij begreep het niet wat er was gebeurd, wat hij had gedaan en waarom. “Had hij zich nou maar verweerd of teruggevochten of gescholden, maar hij deed niks en dat maakte ons alleen maar kwaaier, agressiever, we gingen gewoon los! Zeg dan wat!”
Vastentijd 2018. Het lijdensverhaal als inspiratiebron.




