kerstgroet

imageMijn buurman heeft sinds een half jaar een hoedje. Dat past wel bij hem. Hij is niet een doorsnee man. Hij draagt altijd zwarte kleren en een wit overhemd. Hij lijkt op Herman Brood. Hij is ook een soort kunstenaar. Hij werkt in de mediatheek van de scholengemeenschap hier in de buurt. Naast zijn baan houdt hij zich bezig met poëzie en kunstprojecten. Zijn kunstenaarschap vertaalt zich niet in wild en onbesuisd gedrag. Hij is serieus en beleefd, ja zelfs charmant. Sinds hij dat hoedje heeft, begroet hij mij als volgt: hij pakt met zijn rechterhand het hoedje van zijn hoofd, maakt er een zwaai mee naar rechts met zijn arm, legt zijn linker hand op zijn hart en maakt een buiging. Als hij haast heeft licht hij het hoedje kort op en knikt hij met zijn hoofd.

Ik weet sinds vorige week dat hij Leonard Cohen imiteert. In een radioprogramma hoorde ik voor het eerst “Anthem” van Leonard Cohen. De geinterviewde actrice vroeg om het nummer vanwege de gedachte “there is a crack in everything, that’s how the light gets in”. Ik was gefascineerd door de tekst en heb het nummer beluisterd en bekeken op you tube. Aan het eind van het filmpje zag ik Cohen buigen voor zijn bandleden en het publiek. Het hoedje even oplichten, de zwaai , de hand op het hart, de buiging. Net als mijn buurman.

En net als ik. Mijn kerstgroet: ik til mijn hoed op en zwaai, houd mijn linker hand op mijn hart en buig.

 

 

klimaattopper

Nu niet weer over je moeder beginnen he, hoor ik u denken. Ik doe het toch. Dit weekend werd een historisch akkoord gesloten over het klimaat. Zal ik u eens wat vertellen. Mijn moeder heeft haar hele leven niet zo veel energie gebruikt als nodig was om al die congresleden naar Parijs te vliegen en te herbergen. Ik zet de  feiten over die klimaattopper avant la lettre even op een rijtje:

Nooit in een vliegtuig gezeten. Geen lange reizen met de auto. Vakantie in Ermelo, ons huis in Katwijk voor de schoolmeester en zijn gezin uit Ermelo. ’s Winters de achterkamer verwarmd, in de rest van het huis bloemen op de ruiten. Groenten uit eigen tuin, in de zomer zomergroenten, in de winter wintergroenten. Van de restjes heerlijke maaltijden in elkaar toveren.  50 Jaar dezelfde fiets, eens in de tien jaar een nieuwe winterjas. Nooit iets weggooien voor het tot op de draad versleten was. Kleding zelf maken, vermaken, verstellen. Sokken breien, sokken stoppen. Het water waarin de sla werd gewassen, gebruiken om er de plantjes mee te begieten. Het waswater gebruiken om de badkamer te soppen. Maar een keer in de week onder de douche en niet te lang, een paar dagen met dezelfde kleren, ach ik kan nog wel even doorgaan.

Het klimaatbeleid moet om na Parijs lees ik in de krant. Nee we moeten terug. Terug en minder. Terug naar sober. Naar minder.

post bezorgd

image

Postbodes zijn zonder uitzondering vrolijke en optimistische mensen. Ga maar na, als je chagrijnig van aard bent hou je het niet lang vol in ons kouwe natte kikkerlandje. Je moet ook een goeie conditie hebben. Met zware fietstassen tegen de wind in trappen, dat doe je niet als je kortademig bent. En bovenal moet je met weinig tevreden zijn, want wat verdien je nou helemaal als postbezorger.

Mijn postbodes, een vrouw, twee mannen voldoen geheel aan het beschreven profiel. Het zijn hartelijke mensen.

Binnenkort krijgen ze er een taak bij. Ze moeten weer de ogen en oren van de wijk worden heeft de politiek bedacht. In Frankrijk zijn ze al zover. Daar kijkt de postbode om de deur of het nog wel goed gaat met madame Lebrun. Hij heeft haar post al een paar dagen op de vloer zien liggen. Ach problemen met het lopen. Verder alles goed? Anders even naar de dokter hoor!

Kan me er wel iets bij voor stellen. Ze zijn er geknipt voor. Hartelijk, niet veeleisend, beetje nieuwsgierig en ja ze komen iedere dag toch langs.

We moesten allemaal efficienter gaan werken. Wijkverpleegsters? Medische hulp. Nee geen praatje maken, daar ben je veel te duur voor. Huishoudelijke hulp?  Alleen schoonmaken, geen praatje!

Praatjesmakers zoals de kapper, de schoonheidsspecialiste, de fysiotherapeut, de concierge op school, de koster in de kerk, de receptioniste aan de balie,  de schoonmaker,  de agent, de kassiere in de supermarkt: zij zijn de warmte in de kou, de smeerolie in de individualistische samenleving. Dat hebben slimme beleidsmakers ook bedacht. Die hartelijke postbode mag weer terug naar zijn rol in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Postbezorgen en tegelijkertijd een oogje in het zeil houden. Geef hem, haar dan ook een fatsoenlijk contract en een bijpassend salaris.

 

 

 

voetbalsterren

image

 

Op een druilerige doordeweekse avond staan ze klaar. De pupillen van FC Twente. Op het signaal van de coach dartelen ze het veld in. Trots en zelfbewust bewegen ze over het veld, geconcenteerd, bevlogen. Geselecteerd, uitverkoren om te mogen spelen bij de grootste club uit de regio. Een eer.

Nog maar vijf jaar geleden. FC Twente. Ze hadden het toch maar geflikt. Douglas, Wout Brama, Nkufo, Luuk de Jong, Bryan Ruiz, Sander Boschker en diehard Theo Janssen. Een feest om nooit te vergeten. Kampioen! 

Wat is er toch misgegaan allemaal daarna. Iedere dag denk je, nou veel erger kan het niet worden. Jawel nog iedere dag wordt het erger. Dit weekend Twente in eigen huis verslagen door Willem II, de ploeg die nog geen uitwedstrijd wist te winnen. FC Twente: een organisatie die er op alle terreinen een zootje van heeft gemaakt. Wanbeleid in het kwadraat. Een vrije val waar geen eind aan lijkt te komen.

Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Over het paard getild, naast je schoenen. We kennen al die uitdrukkingen wel. Als niets komt tot iets. Maar heeft dan niemand? We stonden er bij en hebben er naar gekeken. De vrije val van Twente.

En daar staan ze die mooie jonge enthousiaste pure jonge voetballertjes. Zij zijn het licht in de inktzwarte duisternis die FC Twente heet.

 

 

 

wolkjes uit je mond

image

 

Vanmorgen was het koud. Vrieskou. Ik voelde het tussen mijn schouderbladen. Slecht weer voor het hart. Bedacht me dat het deze week 42 jaar geleden is dat mijn vader op 65 jarige leeftijd een hartaanval kreeg. En dat het dit weer was toen. Een helder blauwe hemel, windstil en koud, heel koud. Wolkjes uit de mond bij het ademen.

Ik zie hem nog liggen. Overal slangen. Pleisters op de gerimpelde hand met bruine vlekjes. De magere arm met het blauwe anker rustend op het witte laken. “Ik dacht dat je vader uit ging stappen Wisje.” Een dubbele relativering. Niet: “ik dacht dat ik dood ging”, maar “je vader” dacht dat hij “uit ging stappen”. Mijn vrolijke humorvolle Pa. De fatale klap volgde niet lang daarna.

Vorige week bezocht ik een bijeenkomst, waar een jonge wetenschapper een lezing hield over humor. Aan de hand van een powerpoint presentatie hield hij een verhaal over  de wetenschappelijke achtergronden van humor. Dat er verschillende soorten zijn en dat het cultuur bepaald is. We moesten oefeningen doen hoe een goeie grap te maken. Ook toen dacht ik aan mijn vader. Hoe hij als een kind zat te lachen om de Dikke en de Dunne met tranen in de ogen. Hoe hij met zijn grapjes het zware licht maakte.

Humor als relativering. Je serieuze zelf. Het ingewikkelde leven, de  onbegrijpelijke ellende. Het beste wapen dat je je maar bedenken kunt.

 

mooie taal

image

Le cheval dans le pre. Een van de eerste zinnetjes van de heerlijke prachtige Franse taal. Als meisje van tien mocht ik op Franse les. Die gaf de meester na schooltijd aan kinderen die hij er geschikt voor achtte. Ik was gelukkig. Een klein bruin boekje, een eigen schriftje waarin ik de oefeningen maakte thuis aan de keukentafel. Huiswerk! Ik dronk de melodieuze klanken. Thuiskomen. Frans: mijn taal.

Vorige week was De Dag van de Franse taal. Geen overbodige luxe, wie kiest er nog Frans en wanneer hoor je nou nog Frans? Hoe bizar. Het werd meer dan dat. Het werd een bombardement van Frans.*

Toch waren het Duitse woorden die als un petit poeme in mijn hoofd blijven zingen. Ze kwamen uit de mond van Angela Merkel. Geen dreigende spierballentaal, zoals veel van haar collegawereldleiders. Maar: 

                                                     ” Wir weinen mit ihnen”.


* Na de aanslag in Frankrijk door terroristen in het Bataclan, een theater in Parijs, waarbij tientallen jonge mensen uit de hele wereld omkwamen. 

roze koeken

image

De dame voor mij in de rij achter de kassa bij Albert Heijn zet één voor één de toetjes op de band: twee appel kaneel rozijn, twee sinaasappel acai bes en twee framboos witte chocolade. Op een stapeltje daar achter 4 pakken mini roze koeken. De dame houdt van zoet. De dame is ordelijk. De dame is zuinig. Twee voor de prijs van één. Ze heeft een bonuskaart, ze spaart airmiles, ze hoeft geen bestekzegels en spaart geen koopzegels. Ze heeft een uitvouwbaar tasje, waar de boodschappen in verdwijnen. Indezelfde volgorde, waarin ze op de band zijn gezet. Met een hoofdknik groet ze de kassiere als die haar een fijne dag wenst.

De dame die van zoet houdt ken ik. Je komt haar overal tegen in het dorp. Lopend of op de fiets. Met slecht weer draagt ze een hoedje. Ze is op iedere culturele activiteit aanwezig. Ze is altijd alleen. Ze groet je vriendelijk en als ik een praatje met haar probeer te maken beantwoordt ze mijn vragen en beaamt ze wat ik zeg. Ze vraagt nooit iets terug. Soms zie ik haar bij de bushalte staan en ik denk dat ze dan weer op weg is naar een culturele activiteit in een naburige plaats, waar ik haar ook wel eens ben tegengekomen.

Nu weet ik dat ze ook van roze koeken houdt, en van zoete toetjes. En dat ze ordelijk is en zuinig.  Lees verder

requiem voor jou

image

Het  nieuwe meisje staat op de drempel. Ze draagt een wijde blauwe jurk tot over haar knieën en laarzen. Ze heeft rood haar en twee staartjes, die wijduit staan. Een pruik. Ze lijkt op Pippi Langkous. Vrolijk kijkt ze de klas in. Ze lacht naar de juf. Het meisje vindt haar plaats in de klas en wordt één van de groep. Ze is anders, ze roept zomaar door de klas. Ze gebruikt woorden die niemand begrijpt. Maar ze is ook stoer en leuk en grappig en hoe ondeugend ze ook doet, de juf wordt nooit echt kwaad op haar, nee de juf vindt haar ook leuk.

Sterker de juf was gek op haar en wat huilde mijn hart toen de ziekte terugkwam en het meisje niet meer naar school kon en uiteindelijk overleed. Kapot was ik er van. Geworsteld met hoe dat nu toch kon. Voor het eerst stierf er iemand, van wie ik hield, iemand dichtbij en zo jong. Een kind. God waarom? Waarom zij?

Inmiddels weet ik dat het leven eindig is. Dat mensen sterven. Soms heel jong. Dat je geen antwoord krijgt op de waarom vraag. Waarom niet is de vraag. Dat dood onvermijdelijk is. En dat de dood ook bevrijding kan zijn. Rust. Vrede. Dat leven loslaten is. Iedere dag opnieuw. Ook wat mooi is, jong en puur. Ook wat je gelukkig maakt en blij. Ook van wie je zielsveel houdt. En dat dat pijn doet. Iedere keer opnieuw.

Naschrift 19 augustus 2020:

In juli 2016 op de reünie van de Beatrixschool, ontmoette ik de zussen van Marjan, het meisje waar dit verhaal over gaat. Ze hadden nauwelijks herinneringen aan hun oudere zusje. Ze vertelden dat hun moeder nooit over het verdriet van Marjan heen gekomen was. Het was een ontroerend gesprek. Dezelfde avond nog belde haar vader. Hij wilde graag over haar praten over hoe ze was. Hij herkende mijn herinneringen aan dit bijzondere meisje. Vrolijk, humoristich, intelligent, adrem. En wijs. Voor mij was ze een mengeling van Pippi Langkous en Anne Frank. De vader nodigde mij uit bij hem langs te komen om samen met hem naar foto’s uit die tijd te kijken. Ik heb hem beloofd dat te doen als ik er niet meer zo emotioneel onder zal zijn. Zo ver is het nog niet. Vandaag is het 19 augustus, de dag dat ze in 1972 op 7 jarige leeftijd overleed.

wat nu olivier

image

De wereld kleurt herfst. Na weken mist, kou, grijs, somberheid staat de wereld in brand. De natuur zingt, juicht. Alle kleuren van de regenboog, maar vooral, rood, bruin, oranje, geel. Hoe mooi zijn de kleuren van het verval, van het loslaten, van de feuilles mortes. Het levert fraaie gedichten, tedere liederen en hartverwarmende plaatjes op.

Van de week heb ik het weer eens uit de kast gepakt. Het kinderboek dat ik al mijn kleinkinderen heb voorgelezen. Olivier die achter een mooi geel herfstblaadje aangaat. Op een gegeven moment ontdekt hij dat hij de weg kwijt is: verdwaald! Paniek, verdriet, wanhoop. Hij huilt bittere tranen. Maar hoe hard hij ook huilt, hij blijft verdwaald. “Wat nu Olivier?” Olivier gaat nadenken. Hij bedenkt een plan. Hij begint te roepen, zachtjes, harder, steeds harder (Brroe-ha, Brroe-haaaa, Brrrroeoe-haaaa) en ja hoor er komt antwoord. Uiteindelijk keert hij veilig terug in de armen van zijn moeder. Maar zie daar, wat ziet hij daar???

Wat mij betreft het mooiste kinderboek dat er is. De woorden, de taal: het leest als een gedicht; de liefdevolle illustraties van de berenfamilie in het herfstlandschap.

En, ja ik kan het niet laten, ik lees er ook een les in, een levensles. Het leven opzoeken, achter je passie  aan, het mooie, het schone. En als je de weg kwijt raakt? Je gevoel de ruimte geven. Uithuilen. En dan. “Wat nu Olivier? ” Nadenken, je verstand gebruiken. En durven roepen, zachtjes, of hard. Misschien moet je hard roepen of heel lang. Maar er komt antwoord. Keer terug naar je thuis, je bronnen. Zoek veiligheid, warmte. En dan? Gewoon weer opnieuw erop uit. Leven.

Liz Saathof (23/12/21) september 2023