suggesties voor een eenzame kerst


Stel dat je geen zin hebt in prettige feestdagen. Omdat. Omdat je bij niemand bent uitgenodigd en jij hebt ook niemand uitgenodigd. Omdat je geen zin hebt je op te doffen. Geen zin hebt in veel eten, dat volle, ik heb teveelgegetengevoel. Omdat je geen zin hebt in familie, je vrienden of vriendinnen. Omdat je het maar een vreselijk opgeblazen gedoe vindt. Dat kerstfeest. Omdat je moe bent. Omdat je leeg bent. Omdat je verdrietig bent. Omdat je alleen bent. Omdat je alleen wilt zijn. Wat dan? Hoe kom je dan die dagen door? 

 Een paar suggesties:

Je huis opruimen, schoonmaken, ramen zemen, kastjes opruimen. Lekkere muziek aan, dat geeft extra werkplezier. Niet zo poetserig aangelegd? Lezen. Boeken die je nog een keer wilt lezen. Een mooi dik boek waar je achter elkaar in kan blijven lezen. Kranten bijlezen. Alle gedichten van Jules Deelder eens doornemen. Kop koffie er bij en lezen maar. Of een mooie docu die je al lang wilde kijken, een netflixserie achter elkaar bekijken, je eigen filmfestival samen stellen. Een podcastserie beluisteren. Lange interviews. Die van Ischa Meijer bijvoorbeeld.  

Je wilt liever naar buiten? Mooie lange wandelingen of fietstochten genoeg. In de buurt of verder weg. In je rugzakje je proviand en vergeet je fototoestel of je mobiel niet om mooie foto’s te maken. Of. Lekker rommelen in de tuin. De dooie bladeren bijelkaar, dooie takken afknippen, perkjes aanharken.

Je hebt geen tuin en je kan niet lopen of fietsen. Wat dacht je van een puzzel van 1000 stukjes?  Tweede hands ook voor een zacht prijsje aan te komen. Of schrijven. Een lange brief schrijven aan iemand die je een tijd niet gezien hebt. Aardige kaartjes schrijven aan mensen die je verwaarloosd hebt. Je bucketlist maken. Je levensverhaal beginnen.

Of. Of gewoon door je stille huis wandelen. Om je heen kijken en zelf bedenken wat je nu wel eens zou willen doen. En niet teveel op facebook of tv kijken. Of juist wel en denken: oh wat heerlijk dat ik niet hoef. 

Don Leo


Hij  gaat stoppen. Per 1 janari. Met zijn Hermien. Mijn fysio. Ik mag niet klagen over mijn lijf. Gezond. Sterk. Maar een paar keer per jaar is het mis. Zere nek, schouders, rug. Dan bel ik de fysio. En maak een afspraak met Leo. De andere medewerkers zijn ook prima en professioneel en sympathiek, maar ik wil Leo. Don Leo zo noem ik hem sinds ik iemand hoorde die hem zo noemde en ook alleen door Leo geholpen wil worden.

Je komt binnen bij Leo. Dan vertel je wat er aan de hand is. Vaak zegt hij: ik zie het al. Je moet gaan liggen, of zitten, of lopen. Als je moet gaan liggen en hem een arm geven trekt hij even aan je en hoor je knak, of knak knak. Als hij met zijn handen over de zere spieren gaat doet het pijn. Geen aaien, niet zachtjes strijken. Het stevige werk. Dat past bij mij. En je voelt dat er iets gebeurt. Iets gaat stromen door je hele lijf. Tot in de tenen en het puntje van je hoofd. Tijdens het masseren maakt hij een praatje met je. Over je werk, over je kind, over sport, over de historie van Nijverdal/ Hellendoorn, over de politiek, over Majorca, over Amsterdam, nou ja ieder onderwerp kan langs komen. Maar dat gebeurt allemaal heel snel. Voor je het weet sta je weer je schoenen aan te trekken en je bril op te doen. “Doe je oefeningen en kijk maar of het overgaat, anders moet je nog een keer terugkomen.” De diagnose van Leo was altijd raak en na een bezoek aan hem ging ik altijd weer een stuk lichter naar huis. Een  blind vertrouwen in de man die het menselijk lichaam door en door kent. Als hij zegt dat het goed komt, komt het goed. 

En nu stopt hij. Dat is gewoon een schok, als je in iemand een rotsvast vertrouwen hebt. Hij wil geen afscheid zei hij. Dat vind ik een verkeerde keuze. Hij heeft een indrukwekkende loopbaan achter de rug als fysiotherapeut en manueel therapeut. Als je weggaat moet je afscheid nemen. Hij wil misschien geen afscheid van ons nemen, maar wij wel van hem. Daarom schrijf ik voor hem dit stukje. Als een ode. Als loftrompet. Dankjewel Leo Steur! Dank je wel Don Leo! Het ga je goed!

het mooiste leger

Ik zou het nooit meer doen. Collecteren. De bel die je niet kunt vinden. Een bel die niet overgaat. Een deur die niet opengaat. Je ziet de mensen zitten in de kamer, maar de deur gaat niet open. De deur gaat wel open, maar ze geven niets, ze maken het altijd over, ze hebben geen klein geld. Als je dan je bus ingeleverd hebt en de uren door weer en wind een paar tientjes hebben opgeleverd, besluit je: weet je wat, ik maak wel een paar tientjes over, maar collecteren? Ik niet meer.

 Maar ziedaar ik heb het toch weer gedaan. Overgehaald door een sympathieke meneer aan de deur. Ik had me zelfs beschikbaar gesteld om een aantal bussen te verspreiden en weer te verzamelen. Vooral omdat het voor het Leger was. Het Leger des Heils. Mensen die doen wat ze geloven. Mensen die er zijn voor iedereen, de onderste kant van de samenleving, zonder zieltjes te willen winnen. Zonder aanzien des persoons. Omdat de Majoor, Majoor Alida Bosshardt mijn grote voorbeeld is, mijn heilige, mijn held. 

Het was een bijzondere ervaring. Voor het Leger geven de mensen graag merkte ik. Maar ik was vooral onder de indruk van de collectanten. Sommigen deden het tientallen jaren. Een mevrouw vertelde dat ze op dit moment bijna iedere week collecteerde voor een goed doel. Een meneer belde met de vraag waarom hij dit jaar zo weinig straten had. Met blijde gezichten kwamen ze hun bus inleveren. Trots hoe zwaar die wel was of zich verontschuldigend dat er zo weinig in zat. De passie van  het echtpaar dat verantwoordelijk was voor de perfecte organisatie. Dit weekend appten ze dat de collecte in onze gemeente € 2263,21 heeft opgebracht. Een bedrag bij elkaar gebracht door 56 collectanten. Nog geen 50 euro per bus. Een kluit werk voor een bescheiden bedrag eigenlijk. Maar helemaal passend bij de missie van het Leger. Niet zeuren, geen kapsones. Doe wat je hebt te doen. Op jouw postzegel. Deze wereld een beetje mooier maken. 

de laatste 


Weet nog hoe we samen op de laatste avond van het jaar 2018 de kalender ophingen. Het metalen spijkertje precies in het midden van de wand. Geen boor nodig, één ferme tik van de hamer op de kop van de spijker was genoeg. Heel voorzichtig opgehangen. Het gaatje in het papier was precies pas. De kalender met de woodprints van de Japanse kunstenaar Hokusai, vooral bekend van de woodprint De Golf van Kanagawa*.

En nu hangt daar December. Raadselachtige tekens rechts bovenin. Blauw, blauwen, groen, groenen, wit, geel, beige. Bomen, wolken, bergen. Vlakte, water, lucht. Vogels, steenbokken. En twee mensen die zich voortbewegen over een hangbrug. De voorste persoon is het diepste punt bijna gepasseerd, de achterste moet daar nog doorheen. Eerst naar beneden. Dan omhoog. De last op de rug, op het hoofd. Naar de overkant. Wiebelend, balancerend. Dat je met twee bent maakt het er niet gemakkelijker op. De beweging van de ander kan je uit balans brengen. Een extra moeilijkheid. Je zou zomaar met elkaar de afgrond in kunnen vallen. 

Een indrukwekkende plaat van Hokusai zo aan het eind van het jaar op weg naar een nieuw jaar. Op weg naar een nieuw begin.

* December: Katsushika Hokusai. The Suspension Bridge on the borders of Hida and Etchu Provinces, c 1830

* De golf van Kanagawa is een symbool geworden als metafoor voor leiderschap en levenskunst. Is zelfs een emoji 🌊

niet zo bedoeld


Marco toch. De mooiste goal ever maakte jij. In 1988 de winnende treffer tegen de Sovjet-Unie. Je maakte Nederland Europees kampioen. Je bent bescheiden, sympathiek. Als kind deed je aan tafeltennis en schoonspringen en speelde je piano. Een beschaafde voetballer met een havodiploma, een golfer, niet ruw en onbehouwen. Een beetje verlegen. Bang om te vliegen. Een zachte man. 

En nu vloog je zo maar uit de bocht. Een gebbetje. Plagerijtje naar Hans Kraaij die zo gebrekkig Duits spreekt: Sieg Heil. Bij het commentaar bij de wedstrijd Ajax Heracles. Een losse opmerking die per abuis door de open microfoon werd uitgezonden. De hele wereld viel over je heen. Uitgerekend op de dag dat bij alle wedstrijden van het betaald voetbal een minuut stilte werd gehouden als protest tegen racisme. Dit naar aanleiding van de racistische uitlatingen in de wedstrijd Den Bosch- Excelsior. Uitgerekend in de week dat het er op leek dat de voetbalwereld korte metten gaat maken met racisme, gleed je uit. 

 De racisme- en discriminatiekaart wordt in mijn ogen wel eens te gemakkelijk getrokken om je gelijk te halen vind ik. Maar als er ergens gediscrimineerd wordt dan is het wel in de voetbalwereld. Racistische uitlatingen en discriminerende opmerkingen zijn daar aan de orde van de dag: gewoon. Als het Sieg Heil akkefietje van Marco de voetbalwereld dwingt om nu radicaal af te rekenen met spreekkoren, racisme en discriminatie hang ik de vlag uit. Dan heeft de opmerking toch nog iets goeds opgeleverd. 

: Lees ook: Spreekkoren te vinden via search http://www.wiskeschrijft.wordpress.com en de andere Wiskes over voetbal 

de nieuwe hond

Schoondochter komt binnen. Zij begroet mij niet, haar dochter ook niet. Haar geliefde ziet ze ook niet staan. Ze duikt onder de tafel. Je hoort allemaal lieve woordjes. Onder de tafel knuffelt ze er op los. Ze is verliefd. Op Nelson. De hond. Net als wij allemaal. We vertellen aan iedereen hoe lief hij wel is, wat hij allemaal al kan, dat hij al zindelijk is, dat hij zo goed luistert. Wij wandelen vol trots door het park en willen hem aan iedereen laten zien. We maken foto’s van hem die we aan onze familie en vrienden doorsturen. Wij zijn gewoon met ons allen verliefd op Nelson. 

Het was in een voorstelling van Daniel Lohuis. Hij vroeg wie we hoopten het eerst te ontmoeten als we later in de hemel zouden komen. We moesten onze ogen sluiten, ons de hemel voor stellen en kijken wat er gebeurde. Ik liep een mooi zacht licht in. En daar stond hij. Niet mijn vader, niet mijn moeder, niet mijn geliefde, niet …, het was mijn hond. Zijn staartje kwispelde en ik dook in zijn warme vacht. Ik rook hem. Toen ik dat aan iemand vertelde keek ze me verbaasd aan. Ze vond het eigenlijk een beetje zielig voor me dat het geen mens was, waar ik zo van gehouden had als van die hond. Zo zou je er naar kunnen kijken, maar de liefde voor een hond is iets wat niet te beschrijven valt. Ik sta van mezelf te kijken wat die hond met me doet. Gisteravond kon ik het niet laten. Nog even naar Nelson. Hier een paar honderd meter vandaan. Even aaien, knuffelen. Terug naar huis. En daarna lekker slapen. Ik heb zelfs de indruk dat ik er beter van slaap. Welkom in de family Nelson. Morgen kom je weer bij je co-baasje. Verheug me er nu al op. 

verloren liefde


Een mailtje van Matthijs, mijn oude buurman, een kunstenaar die op Herman Brood lijkt: “gezien?” Met een youtubelink naar Portrait d’une jeune fille en feu. Hij was niet de enige die vond dat ik daar heen moest. Ik ging. Naar het Fraterhuis in Zwolle met twee vriendinnen. Ik zat tussen hen in. Ademloos hebben we gekeken. 2 Uur meegenomen in een ontroerend liefdesverhaal. Een onmogelijke liefde. In de 18e eeuw. In prachtige kleuren. In Bretagne. Subtiele geluiden. Gedragen muziek. Ingehouden, mysterieus. Geen kabaal, geen platte sex. De liefde. Van twee vrouwen. De apotheose met Zomer van Vivaldi. Doodstil was het toen we de zaal verlieten. We hadden geen behoefte na te praten. Het was mooi. 

Matthijs kwam twee dagen later. Nu kon het wel. Napraten. Wat vond hij, een hetero, een man ervan? Wat zag hij er in als kunstenaar?  Hij had de film al 2 keer gezien en wilde het liefst nog een keer gaan kijken. Idolaat was hij van de film. Hij had er heel andere dingen uitgehaald dan ik. We kwamen op het verhaal van Orpheus en Eurydice, waar de twee vrouwen over spraken. In het mythische verhaal treurt Orpheus om zijn geliefde Eurydice in het dodenrijk. Hij mag haar terughalen. Op één voorwaarde: hij mag niet omkijken. Gek genoeg doet hij dat op het laatste moment wel. En Eurydice verdwijnt voor altijd naar het dodenrijk. Wat betekent het verhaal en wat heeft dat met het verhaal van de de twee geliefden uit de film te maken?  Waarom keek Orpheus toch om? We weten het niet. We gaan er over lezen en nadenken. 

“In de film kijkt schilderes Marianne jaren later terug naar het liefdesverhaal van haar en de jonge vrouw Heloise. De herinnering ontroert haar hevig. Maar ze weet dat ze niet terug kan halen wat er ooit was. Dat is onmogelijk.  Wat voorbij is, is voorbij. Voor altijd. Het is een mooie ontroerende herinnering geworden”. 

Ik ga Matthijs vragen wat hij van mijn analyse vindt. Of hij al voor de derde keer geweest is. Of hij nog meer uit de film gehaald heeft. Of hij gauw weer langs komt.

Film: Portrait d’une jeune fille en feu, film van Celine Sciamma

Foto: Collage van schilderij Orpheus en Eurydice van Edward Pointer en scene uit de film

Wikipedia: Orpheus en Eurydice.

Zie ook : wiskeschrijft.wordpress.com Kerstgroet 

achter de muur, achter het ijzeren gordijn


Deze week is het 30 jaar geleden dat de muur viel. 9 November 1989 Berlijn. Het gekke is dat ik op dit moment vooral hoor dat voormalige Oost-Duitsers helemaal niet zo blij zijn met dat ene Duitsland onder Genosse Angela Merkel. Nu is het mensen eigen om “vroeger was alles beter”,  te roepen als er in het heden zaken zijn die je niet bevallen, maar toch. Wij altijd maar denken dat die Oost-Duitsers hartstikke blij waren verlost te zijn van armoede, onvrijheid en de Stasi. En er werd toch niet voor niks gevlucht naar het Westen. Maar niets is wat het lijkt, blijkt weer eens.* Ik lees in mijn dagblad: Achteraf is de generatie van haar  ouders er niet op vooruitgegaan door de Wende, zegt Effi Bialkowski. “De gemeenschapszin verdween al snel en het draaide ineens heel erg om geld. In materieel opzicht zijn ze beter af, maar of ze veel gelukkiger zijn, ik weet het niet.” Anna Lerch: ” Die generatie is gedesillusioneerd. Ook degenen die achter de omwenteling stonden zijn teleurgesteld over de huidige situatie. We dachten in de DDR-tijd; de wereld moet echt beter zijn over 30 jaar. Dat is niet gelukt.” En Katrin Schmiedecke: ” De hoop die iedereen daar na de Wende had; nu gaat het anders, nu gaat het beter, die is daar wel verdwenen.” Het Oost-Europese communisme ingeruild voor het Westerse kapitalisme. Bevrijd? 

In de zeventiger jaren stonden we met ons gezin op een camping in Polen. Naast ons stonden Oost-Duitsers. Het waren hoog opgeleide mensen die aan de universiteit van Berlijn werkten. Ze reden in een Trabant, waar ze jaren op hadden moeten wachten. Ze kampeerden in een klein versleten tentje. Droegen eenvoudige schoenen en hun kleding was bij ons al jaren uit de mode. We hadden leuk contact en heel af en toe spraken we over de politiek. Heel voorzichtig. Maar een onvertogen woord over de machthebbers in hun land kwam er niet uit. Op een gegeven moment meende ik te moeten voorstellen dat ik wel kleding zou willen opsturen gezien de erbarmelijke situatie in hun land. Ze keken me met grote ogen aan. Diep beledigd. Hoe ik er bij kwam dat er armoede was in hun land. Na het gesprek hebben ze geen woord meer met ons gewisseld. We waren lucht voor hen.

Arrogantie ten top denk ik nu. Waar halen we het toch vandaan. Te denken dat wij een ander helpen als ze het net zo hebben als wij. Te denken dat veel spullen een mens gelukkig maken. Wie leeft er nou eigenlijke achter een muur? Wie moet er nou eigenlijk bevrijd worden? Van wat? 

* Dagblad Trouw

* De van Rossems in Berlijn

Foto: Jan Boer oktober 2019 

directoire


“Een directoire is een nauwsluitende damesonderbroek met korte pijpen of zonder pijpen. De naam verwijst naar de periode waarin slanke dameskleding in de mode was tijdens het zogenaamde Directoire ( 1795-1799) in Frankrijk. 5 Directies bestuurden het land na de eerste revolutiegolf. De arme mensen droegen in die tijd geen ondergoed. Ondergoed was voorbehouden aan de rijke elite. Die noemden de opstandelingen, de arbeiders, het gewone volk, le peuple, de sans-culottes, ofwel zij die geen onderbroek dragen. In die tijd ontstond in onze streken het gebruik van een onderbroek met knielange pijpen. Omdat het niet als erg netjes werd gevonden ondergoed te expliciet te benoemen, leende de burgerij( gouvernantes en kostscholen) in de lage landen daartoe de naam “directoire” wat heel deftig klonk. Maar in Frankrijk heette een onderbroek nooit “directoire” “. ( Ilse Dupo) 

Ik kwam erop tijdens de lunch met een vriendin. We hadden afgesproken in een plaatselijk cafe. Ze was wat verlaat omdat ze nog rollers moest zetten bij haar moeder. Dat doet ze iedere zaterdag. Want haar moeder ziet er ondanks haar hoge leeftijd nog graag netjes uit. En dat ziet ze. Net als haar huisje. Spic en Span. Net als haar kasten. Vriendin vertelde dat de stapeltjes in haar linnenkast allemaal even breed en even hoog zijn. Op de bovenste plank ligt haar ondergoed. En nu komt het: naast het stapeltje slipjes ligt een ander stapeltje voor als ze onverhoopt of minder onverhoopt naar het ziekenhuis zou moeten. En die slipjes zijn hele mooie. Keurige witte grote slips. Deftige. Haar moeder noemt die haar “directoires”.  Het was heel lang geleden dat ik dat woord had gehoord. Maar ik wist precies wat ze bedoelde. 

Ik zag het voor me. Een ouderwetse linnenkast. Met stapeltjes. Hemdjes. Broekjes. Handdoeken.Lakens. Slopen. Washandjes. Zakdoeken. Alles kaarsrecht. In het gelid. Fris. Gestreken. De Hollandse Huisvrouw: te herkennen aan haar linnenkast. 

Met dank aan Ilse Dupo. 

de jas die je past

 De Joodse Nobelprijswinnaar Elie Wiesel vertelde dat zijn moeder hem twee keer het leven schonk. De eerste keer toen hij in 1928 in Roemenië geboren werd en de tweede keer in Auschwitz tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was haar bevel de jas van zijn vader aan te trekken op weg naar de trein die hen naar het Poolse vernietigingskamp  zou brengen. Met de jas van zijn vader aan zou hij er ouder uitzien dan hij was en zou hij bij de mannen ingedeeld worden bij de selectie op het perron. Niet bij de vrouwen en kinderen, die direct door verwezen werden naar de gaskamers. Maar bij de mannen die nog geschikt  waren om werkzaamheden te verrichten. De truc werkte. De jonge Elie kwam samen met zijn vader in de goede rij terecht. Elie overleefde de Holocaust dankzij de jas van zijn vader. 

 Een jas is het kledingstuk dat bescherming biedt. Als het regent trekken we onze regenjas aan. Als er een ongeluk gebeurt slaan we de slachtoffers een deken om als een mantel. Warmte, bescherming, afscherming. We trekken de jas aan die past bij de situatie. Soms is de jas de aanduiding van wie we zijn, willen zijn, moeten zijn. De jas als uniform, als religieus gewaad. Het is handig dat hij lekker zit, je past. Een te grote jas is geen aanbeveling. 

Dat een jas je een nieuw leven, opnieuw het leven kan geven, had ik niet bedacht voor ik het verhaal van Elie Wiesel had gelezen. Een jas die eigenlijk te groot was. Niet lekker zat. Een raad van je moeder die je tegen je zin opvolgde. Er valt veel te leren uit dit persoonlijke verhaal. Het zoontje van een eenvoudige kruidenier uit een klein dorpje kwam na de oorlog in een Frans weeshuis terecht. In 1948 begon hij een studie  aan de Sorbonne in Parijs. Hij werd journalist en raakte in contact met een beroemde Franse schrijver. Die raadde hem aan zijn oorlogservaringen op te schrijven. Het was het begin van een carrière als schrijver. Wereldberoemd werd hij met zijn werken over de Holocaust. Een professoraat , allerlei onderscheidingen, een actieve rol bij bemiddelingen in internationale conflicten met de Nobelprijs voor de Vrede in 1986 als hoogtepunt. In 2006 werd hem informeel verzocht president te worden van de Joodse Staat. De man die zijn hele leven grote jassen aan durfde te trekken sloeg het aanbod af. Het paste hem niet. Hij wilde liever blijven schrijven. 

Elie Wiesel: Amerikaans-Joodse schrijver 1928-2016. Zoon van orthodoxe joden. Meer dan 40 romans oa: : Trilogie: De nacht, Dageraad en Dag. Een waanzinnig verlangen om te dansen. Het proces-Sonderberg. Memoires Tweedelig: Alle  rivieren stromen naar de zee. … en toch raakt de zee niet vol. Nobelprijs voor de Vrede in 1986  voor zijn werk als voorzitter van de Presidential Commision on the Holocaust. ( Bron Wikipedia)