hoedje

    
Chagrijnig van. Kwijt. Weg. M’n zonnehoedje. Een scheut van pijn ging door m’n buik, een misselijk gevoel toen ik het ontdekte. Zoals altijd als ik iets kwijt raak, waar ik aan ben gehecht. Ook kleine dingen. Ik heb ooit de vuilnisbak op zijn kop gezet vanwege een theelepeltje, mijn theelepeltje van thuis met de twee kaasdragers uit Alkmaar. 

Op weg naar de bus moet hij eruit gevallen zijn toen ik de paraplu uit mijn rugzak haalde. We waren op weg naar het beginpunt van een wandelroute. We waren in een goede bui. Dat zijn we altijd als we elkaar zien. Mijn vriendin in de grote stad en ik. We hebben zelfs liedjes gezongen: Drie Kleine Kleutertjes en Gij die alle sterren houdt. Dat ging heel goed. Mijn vriendin is zeer tekstvast. Ze kent die liederen van a tot z uit haar hoofd. Alle coupletten. Iets wat ik niet kan. Ik ben beter in de wijs. Samen komen we er dan prima uit. Het is heerlijk om samen te zingen tijdens het wandelen. Wat we wel gemeen hebben is dat we allebei geen kaart kunnen lezen. Zelfs de bordjes volgen is al een hele opgave. Ook deze keer hebben we dus weer kilometers omgelopen. Maar daar doen we niet moeilijk over. Het gaat erom dat we het met elkaar gezellig hebben in de buitenlucht. Maar dat hoedje. De stemming was wel even weg toen ik het ontdekte. Alles omgekeerd, de weg naar de bus twee keer gelopen. Zelfs in de  vuilcontainers gekeken. Niks, nada, weg hoedje. Vriendin haalde een hoedje dat ze “toch nooit droeg” uit de kast. Ook licht, ook 100% katoen, en misschien wel eleganter dan dat frommelhoedje van Nike van mij. Maar niet dezelfde kleur, net iets grijzer, niet zo apart, gewoon niet mijn hoedje.

Inmiddels hangt het nieuwe hoedje aan de kapstok. Loslaten. Afscheid. Time for a change. Misschien loopt er in de grote stad  wel iemand gelukkig te zijn met dat kekke hoedje van mij. “’t Is ons goed.”*
*Gij die alle sterren houdt in uw hand gevangen. Liedboek der kerken.   Ad den Besten

naar Nice

  

Wij waren via de Route Napoleon naar Nice gereden. De weg die door Napoleon was afgelegd na zijn ontsnapping in 1814 van Elba. Vanuit Cannes liep hij met een handjevol getrouwen over ezelspaden richting Lyon. Uiteindelijk zou hij met 1200 man in Parijs als overwinnaar terugkeren. Langs de weg herinneren paaltjes met het keizerlijke adelaarsteken aan de opmars van de keizer. Die bordjes kan ik me niet herinnneren, wel de overal bloeiende en geurende myrthe, de olijfbomen, de eucalyptus, de bergen, de rotsen. En de bochten, de bochten. En om iedere bocht een nog mooier vergezicht. Wat waren we gelukkig. Op vakantie en de weg ernaartoe al een vakantie opzich. Het prachtige Frankrijk. De mooie Provence. Twee kleutertjes achterin op een deken, bovenop de bagage. Veiligheidsriemen of kinderstoeltjes hoefden nog niet in 1978. Vanuit Nice zouden we met de boot naar Corsica. Op de Promenade des Anglais hoorden wij het ruisen van de zee en roken wij de zilte geur van de Mediterranee. Wij waren gelukkig. Deux glaces en deux bieres op een terras. Heel duur, maar vooruit het is vakantie. Straks met de ferry naar Bastia. 

En dan gebeurt het. Aan de overkant van de boulevard staat een jongen op een brommertje aan het slot van onze auto te morrelen.  Het duurt even voor tot ons doordringt wat er gebeurt. Genoeg tijd om het dashbordkastje te openen en de bagage van de achterbank te graaien. Al schreeuwend steken we de drukke boulevard over. Maar het kwaad is geschied. Het brommertje scheurt weg. Gelukkig hadden we de papieren en de portemonnaie bij ons. Wat we kwijt waren viel uiteindelijk mee en na de vakantie kregen we alles terug van de verzekering. Maar wat we wel kwijt waren was het onbezorgde vakantiegevoel van daarvoor. 

Aan die gebeurtenis moest ik denken toen ik hoorde van het bloedbad op diezelfde Promenade des Anglais. Een bocht in de weg. Een onverwacht uitzicht. De flinterdunne overgang van geluk naar ongeluk. Verloren onschuld. Voor altijd. 

met de jaren

   
Het lijkt mij een aardig experiment. Een foto van Jo en ik een stukje erbij schrijven. Het omgekeerde van wat ik tot nu toe heb gedaan. Iets schrijven en er een mooie foto bij zoeken. De laatste tijd een paar keer een beroep gedaan op Jo. Iemand die je om 11 uur kan bellen om een foto bij een stukje over een kauw, die dan op de fiets stapt en je om 5 voor 12 een foto van een kauw mailt.  

Jo was de beste vriend van de vader van mijn kinderen. Wij hebben altijd contact gehouden. Jo is natuurmens. Hij weet alles van vogeltjes en bloemetjes. Hij communiceert met kunstenaars die hem inspireren en raken. Die belt hij gewoon op en hij maakt een afspraak met ze. Dat zou ik niet gauw doen. Snijders bellen en bevragen. Hij doet dat wel. Ik ben blij hem mijn vriend te kunnen noemen. Met de jaren is de vriendschap mooier en dieper geworden. Nu samen iets maken. 
Jo stuurde niet één, maar een paar foto’s. En bij die foto’s ook nog een paar woorden. Dus eerst nadenken welke foto te kiezen. Een foto van zijn kleinzoon? Een zaadpluis? Een vlinder? Een veld met klaprozen? De sperwer op zoek naar zijn prooi? Of de foto van tram 25, van Barendrecht naar Schiebroek, waarbij hij schreef: ik word gek van dat soort reclames. 

Lipverjonging. Contouren herdefiniëren. Volumeherstel. Esthetische Kliniek. Stieltjesstraat 78. Woorden om over je tong te laten rollen. Hardop uit te spreken. 

Vraag me af wat het is wat de fotograaf zo ergert. Jo die zo van schoonheid houdt. Op zijn foto’s komt weinig imperfectie voor. Het tegennatuurlijke neem ik aan. Ik word vooral onrustig van dat soort reclames. Heb ik me eindelijk verzoend met de tekenen van verval, mijn oudere uiterlijk, mijn imperfectie moet ik me weer afvragen of ik toch niet iets moet. Dacht vroeger hoe fijn het zou zijn als je  op oudere leeftijd niet meer hoefde te tobben over je haar of je rimpels. Dat je gewoon lekker oud mocht zijn. Nee hoor. Herdefiniëren je huid, je haren, je lijf, je tanden, je lippen. Het houdt nooit op. De roofvogel die boven je cirkelt, op zoek naar zijn prooi.   

Foto van Jo Polak 

aan de kassa bij AH

  

Goedemorgen. Een bonuskaart? Koopzegels? Dinozegels?  Kassabon? Nog een fijne dag! 

 Hetzelfde riedeltje honderden keren per dag. En iedere keer met een smile. Altijd vriendelijk, vrolijk. Oogcontact. Ze zullen er wel op getraind worden en misschien menen ze er helemaal niks van, maar ik vind het prettig. Je krijgt het idee dat ze blij zijn je te zien en ze geven je een goed gevoel. Ik zie hoe ze behulpzaam zijn, een praatje maken met een onverzorgde man die een serie blikjes bier van de band haalt. Hoe ze geduldig luisteren naar een oude mevrouw die iets maar niet begrijpt. De mensen achter de kassa in de supermarkt.

Laatst vertelde iemand mij dat haar man iedere dag naar de Albert Heijn gaat bij haar in de wijk. Toen hij ziek was ging zij. Op een morgen  vroeg de caissière naar haar man. ” Ik heb m al  een tijdje niet gezien?” Nadat ze had uitgelegd wat er aan de hand was, vroeg de caissière haar even te wachten. Tien minuten later ging ze naar buiten met een enorme bos bloemen met een lief kaartje eraan.

Het zal allemaal wel slimme strategie zijn, pr, klantenbinding. Ik heb het honderd keer liever dan winkelpersoneel dat je helpt tussen een gesprek door aan het mobiel of pratend met een collega. Een verveelde blik. Die nog net niet zeggen: wat mot je?  Ik denk dat er mensen zijn die moeten leven van het praatje aan de kassa bij Albert Heijn. Ik denk dat de mensen achter de kassa heel belangrijk werk doen. Mooi werk doen. Met aandacht. 

lekker kontje

  

Het was me gisteravond niet opgevallen. Maar hij heeft inderdaad een lekker kontje. Toen ik de tweets las over de wedstrijd België Hongarije (#HonBel of #HunBel) kwam er één langs  met een reeks foto’s. (Stefanie de Volder: Schijnt dat Hazard super heeft gevoetbald, ik zag alleen maar dit: Negen foto’s van het blauwe broekje van Hazard.) Ik had genoten van zijn spel: een voorzet geven, achter de bal aanrennen, de bal van jezelf aannemen en dan hop: goal. Vervolgens een prachtige sliding over het gras. Aantrekkelijk voetbal. Belgisch voetbal met Kevin de Bruyne en Eden Hazard. Eden, dan mag je niet klagen over je naam en Hazard erachter, betekent hasard niet geluk? En dus ook nog een lekker kontje. 

Een paar uur daarvoor was mij wel een lekker kontje opgevallen. Mijn pianojuf hield een concert in haar weelderige tuin. Haar leerlingen speelden op de vleugel. Aarzelend en zelfverzekerd, ijverige doorzetters en natuurtalenten. Mozart en Adele. Allemaal mooi en goed. Tussendoor koffie en thee, cakes, taarten. Het was gezellig bij mijn pianojuf. Omdat er regen was voorspeld, weken de meeste gasten uit naar binnen, een enkeling stond in de open deur. Daar had ik het oog op. En dat zag er goed uit. Een gebruinde kale kop. Lichte spijkerbroek met een smalle riem in de taille, een gespierd lijf in bijpassend tshirt en.. een lekker kontje. 

Ik wist precies wie zijn kind was. Toen zij ging spelen zag ik een trek in het gezicht. Een verstrakking in het lijf. Ontspanning toen het goed ging. Het zachte van liefde en trots. Een vluchtige aanraking toen dochter weer haar plaats opzocht tussen het publiek. Na het concert complimenteerde ik hem met zijn dochter. Hij keek mij aan en zei: volgens mij ken ik u. Hij sprak mij aan met u. Hij kende mij van vroeger en zei aardige dingen tegen mij. Hij vroeg mij waarom ik niet gespeeld had. Ik vertelde hem dat ik heel veel kan en heel veel durf, maar niet pianospelen voor publiek. Toen ik naar huis ging met twee halfvolle kannen koffie zag ik hem in zijn auto stappen. We zwaaiden naar elkaar. 

slechtweerfonds

  

Een 4. Het cijfer voor het weer van vandaag. Omdat de neerslagkans 90% is. Er 14 milimeter water zal gaan vallen. De temperatuur niet boven de 17 uit gaat komen. De wind ZuidWest, een kracht van 4. 

Ik weet zeker dat mijn tuin het weer een hoger cijfer geeft dan de weervoorspellers. Mijn tuin is al weken zeer tevreden over het weer. Zon en op tijd een bui. Mijn tuin is groener dan ooit. Alle tinten groen die je maar bedenken kunt. De lavendel bloeit en geurt als nimmer te voren. De appelboom zit vol, net als de pruimenboom. Het wordt een fruitjaar van jewelste. De potten jam zullen niet aan te slepen zijn. Mijn tuin zal geen beroep doen op het slechtweerfonds dat minister Jet Bussemaker heeft ingesteld. 

Slechtweerfonds. De maakbare wereld in optima forma. Een subsidie voor festivals die door het slechte weer in financiële problemen komen. Jawel. Alsof festivalgangers zich laten afschrikken door regen.

Soms krijgt het weer een acht, terwijl de aarde gebukt gaat onder de schroeiende zon. Soms krijgt het weer een vier terwijl de aarde juicht om verkoeling, milde regen. Regen. De sensatie van regen op je huid. De geuren van de natuur in de regen. Het geluid van regen op de bomen. Het tikken van de druppels op de bladeren. De zon na een regenbui. De damp die optrekt boven de heide. Fluitende vogels in de regen. Het verschil in fluiten na de regen.

Slechtweerfonds is een afspiegeling van de wereld van de mens die de werkelijkheid niet wil aanvaarden zoals die zich aan haar voordoet. Alsof je je zou kunnen indekkken tegen verdriet, pijn, ziekte, tegenslag.  Alsof je alleen maar zon wilt in je leven. Alleen maar warmte. Vergeet het maar. Dat moet je niet willen. Je hebt ook voeding nodig. Water. De bron van je bestaan. Druppels op de vrouwenmantel. 


Foto Jo Polak Barendrecht in de regen 20 juni 11.00 

kauw

  

Dan kwamen ze door de achterdeur naar binnen. Mijn jongste zoon en zijn vriend.  Zwijgend liepen ze door de kamer naar de deur van de hal. Geruisloos, sluipend bijna. De trap op naar boven en vervolgens de volgende trap naar zolder. Ik wist. Onraad. Met oud en nieuw ontdekte ik daar een hoeveelheid vuurwerk genoeg voor een Nijverdalse vuurwerkramp. Hetzelfde ritueel. Schichtig door de kamer naar boven, met plastic tasjes en gebolde jaszakken. Op mijn vragen: “Nee niks”, “Gewoon effe”. En opvallend gedwee.

Op zolder kon ik in eerste instantie niets vinden. Tot ik naar beneden ging. Boven mijn hoofd hoorde ik  iets ritselen. En ja hoor. Een witte schoenendoos met iets zwarts, bewegends, op takjes en blaadjes. Vogelvoer.

Ze gingen de kauw tam maken. Net als bij die en die. Dat die dan op je schouder kwam zitten of op je hoofd. Het was een mooi verhaal, een droom van jongens. Huttenbouwers, gangengravers, nachtvissers, brommerknutselaars. Hemelbestormers waren zij. Het kauwtje is teruggebracht. In de schoenendoos. Achter op de fiets. De moeder was onverbiddelijk. 

Dat was ik niet zo vaak. Gemakzucht? Luiheid? Oh ja. Maar ook bewust. Om te genieten van hun ontembare drang  te onderzoeken, te ontdekken, te vliegen, te leven. Met alle gevaren vandien. Uit het nest  vallen. Worden opgegeten door de boze buitenwereld. Of terecht komen in een witte schoenendoos ergens op een zolder. Om tam te worden. 

*Foto van kauw in winkelcentrum Barendrecht 13 juni 11.00 , Jo Polak 


venus

 
Kan haar niet zien. Niet horen. Sylvana Simons. Ik voel afkeer. Dat heeft in principe niets met haar huidskleur te maken. Wel met de manier waarop zij zich presenteert in de media. Maar ik merk bij mezelf dat ik er uiterlijke kenmerken mee in verband breng. De stem, de  mond. Erbij haal, als het ware. Ben ik racistisch? Hmm. Heb ik vooroordelen? Volmondig ja.

Van mijn geloof moet ik in ieder ander God zien. Dat lukt me niet. Het spijt mij. Er zijn mensen die in mij direct weerstand oproepen. Het kan het uiterlijk, de geur, de stem zijn of het gedrag dat zij vertonen. Als ik er over nadenk geloof ik niet dat het ras gebonden is. Op de lagere school kwam in de 3e klas een Ambonees meisje naast mij te zitten. Ze woonde in Kamp Vucht en kwam iedere dag naar Tilburg om naar de enige protestantse school in de omgeving te gaan. Ze was leuk, en we werden vriendinnetjes. Maar ik weet ook dat ik vond dat ze niet lekker rook. Ik de lucht van het eten uit haar trommeltje vies vond. Is dat racistisch? 

Aan de andere kant, ik heb heel wat Molukse leerlingen gehad, mooie, lieve, warme mensen, intelligent maar, hoeveel haalden de universiteit? Is Nederland inderdaad racistisch, ja structureel, institutioneel zelfs,  zoals gister in Buitenhof werd beweerd? 

Ze heeft een wonderschoon lijf, een betonnen kont. In haar armen en benen zie je spieren als kabels. Ze kijkt vooral boos. Mooi boos. Ze sjokt en ze danst. Ze bromt en ze blaast. Ze is een leeuw. Ze is mooi. Hartstikke mooi. Ze is zwart. Hartstikke zwart. Serena Williams. Die mag ik graag zien op de buis. Daar kan ik geen genoeg van krijgen.      

           

please don’t leave me

  
We komen voor de schrijfster Griet op de Beek. Maar die komt niet. Die is door haar rug gegaan. Pauline Broekema komt in haar plaats. Zij is ook schrijfster. Ze schrijft vooral over de Tweede Wereld Oorlog. Daarom mocht ze in 2013  op 4 mei de voordracht houden tijdens de Herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Pauline Broekema is in de eerste plaats journaliste, tegenwoordig bij RTL, voor heen bij de NOS. Dat is te merken in haar voordracht. Zorgvuldig schetst ze de totstandkoming van haar boek Het Boschhuis over de fusillade in de oorlog van haar oom Pieter, de lievelingsbroer van haar moeder. Er vliegen veel namen, plaatsen en getallen door de lucht in het zaaltje tegenover de Koppelkerk in Bredevoort.  Feiten. Het kost me moeite het allemaal te volgen. Toch: het is goed toeven in het Bredevoortse. Door de open ramen zingen de vogels. In de verte is een kerkklok te horen en Pauline Broekema heeft ter illustratie een groot wit karton met een eigenhandig getekend geslachtsregister, hoera geen powerpoint! 

Na de pauze stelt een man een vraag over het motto van het boek. “Please don’t leave me”. Bas Jan Ader. En dan raakt Pauline Broekema op dreef. Ze vertelt. Over de kunstenaar Bas Jan Ader. Over de rode draad door het leven van haar moeder Joke. Verlaten zijn. Afscheid. 

’s Avonds zoek ik op internet naar de voor mij onbekende kunstenaar Bas Jan Ader. “Ode aan de schoonheid van de tragiek”, staat er boven een artikel over hem. “Alles is tragisch omdat de mens altijd zijn controle verliest over processen, over de materie, over zijn gevoelens”, wordt hij geciteerd. Als symbool voor die tragiek zag hij de val, in bijna al zijn kunstwerken verbeeld.

Please don’t leave me is zijn bekendste werk. Zelf verdween de zoon van  een gefusilleerde verzetsheld op 33 jarige leeftijd op mysterieuze wijze op de Atlantische Oceaan. Presumed dead, staat er op Wikipedia. In de mist verdwenen. Net als de moeder van Pauline  Broekema.