thuisblijfvakantie

Het ergste was de hond. Die ging bij de auto zitten terwijl die werd ingepakt. Hoe hij zich verzette als we hem wegbrachten naar zijn logeeradres.

Voor iedere vakantie had ik dat gevoel: ik wil niet weg, ik wil blijven, thuisblijven. Laat er straks gebeld worden: reis gaat niet door!

Ga jij nog op vakantie? Ik hoor het iedere dag. Overal. Nee ik ga niet op vakantie. Ik houd een Staycation, een thuisblijfvakantie. De laatste trend. Hot en happening. Recreatieve activiteiten ondernemen vanuit je huis. Activiteiten zijn op rijafstand en slapen in je eigen bed, met de ogen van een toerist kijken naar je eigen omgeving. In eerste instantie vanuit financiële overwegingen, maar ook vanuit ideële motieven: goed voor het milieu en de plaatselijke economie.

Wat een vraag eigenlijk: ga jij nog op vakantie. Nee ik blijf, ik ga niet weg. “De enige echte ontdekkingsreis bestaat uit het krijgen van nieuwe ogen.” Proust. Je hoeft niet te reizen om nieuwe ogen te krijgen. Lezen bijvoorbeeld. A la recherche du temps perdu. Dit weekend gelezen. In het Frans. Met het woordenboek erbij. Op mijn eigen comfortabele stoel. Goed wit wijntje erbij van Albert Heijn. Buiten regende het. Net als in de Bourgogne.

met de helm op

  

Hoeveelste is Kristoff nou uiteindelijk geworden? 54e. 1 Minuut 28 seconden achter de winnaar. Wielerexperium zat er zondag dus helemaal naast met haar voorspellingen. Net als de dag ervoor, toen Tom Dumoulin het niet werd. Zoals het ook geen hitterecord werd en geen nek-aan-nekrace in Griekenland.

In ons dorp woonde Gilles. Hij was met de helm geboren. Het vlies van de vruchtzak om zijn hoofd toen hij ter wereld kwam. Hij kon in de toekomst kijken en zien wie er dood ging. Doodeng vond ik dat. De toekomst ligt in Gods hand, dat vond ik een geruststellende gedachte. Anno 2015 heet dat: Het gaat zoals het gaat. Leven in acceptatie. Leven in het hier en nu.

Maar waarom zijn wij dan geboren met verlangen in ons. Wat zouden wij zijn zonder fantasie, zonder creativiteit? Hoop en verlangen drijven ons voort. Onverwachte gebeurtenissen brengen ons in beweging. Idealen zetten ons aan het werk. Dromen.

Dromen. Soms komen dromen uit. Meestal niet. Gelukkig maar. Wat zou het saai zijn als allles ging zoals voorspeld.  Als de trein op tijd zou rijden. Als de buienradar altijd gelijk had. Als Tom Dumoulin de Tour zou winnen. Alhoewel. Dat zou wel mooi zijn.

Ja en dat Tom uitgerekend vandaag als eerste de Tour  moet verlaten na een valpartij dat is nou weer het andere uiterste. Pols gebroken. Dan heb je ook weer niks aan een helm. 

time for a change

  

Het lijkt wel een beetje Frankrijk. De lange tafel in het gras. Een houten schaal met verse sla. Het zilveren bestek. De mooie borden. Glazen witte wijn. Ik haal het stokbrood uit de oven. De gasten staan nog in de kamer. Ze staan voor de tv. Ik blijf ook staan. We kijken. We luisteren. De presidentskandidaat. Later gaan we eten. In de tuin.

Toen hij president was geworden verbleekte zijn kleur. Mooie woorden, maar toen het er op aan kwam was hij niet anders dan alle andere politici. Een profeet kan nu eenmaal geen koning zijn.

Zaterdag zag ik een filmpje. Een wiegende menigte. Een donkere stem die 5000 kerkgangers in vervoering  brengt. Daar staat hij. Ik blijf weer kijken. Het is of hij een koor leidt, of hij samen met het publiek theater maakt, een toneelstuk vorm geeft. Een vloeiende beweging. Een eigen ritme

Goedkoop bespelen van een massa? Makkelijk scoren bij zo iets emotioneels? Regeringsleiders groeien vaak in tijden van rouw. Verdriet brengt mensen bij elkaar. De populariteitscurve vliegt omhoog als een president het dan goed doet. Dat gold zelfs voor de verguisde Franse president Hollande tijdens Charly Hebdo.

Maar hij. Hij. Anders. Vrijdagmiddag 26 juni ging het de wereld rond. Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft het homohuwelijk voor heel Amerika gelegaliseerd. Een historische beslissing.

het gaat weer beter

 

De economie trekt aan. Zeggen ze. Lees ik in de krant. Berichten over de economische stand van zaken in het land. Net zo wisselend als het weerbericht. Net zo onbetrouwbaar. De ene dag horen we dat het tegen verwachting in veel beter gaat en een paar dagen later hapert de Nederlandse economie weer. Alles ondersteund met cijfertjes. En statistieken. Mooie kunstwerkjes en net zo onbegrijpelijk.

Jaren geleden hoorde ik dat wij ons in een crisis bevonden. Ik keek om mij heen. Ik zag het niet. Heb het niet aan den lijve ervaren. Nu schijnt het beter te gaan. Ook dat zie ik niet. Want inmiddels staan in het centrum winkels leeg, hoor ik dat vrienden hun baan kwijtraken en zie ik overal bordjes Te Koop staan in de tuin.

Er is een werkelijkheid van de media en de werkelijkheid waarin je je bevindt. Dit lees ik vanmorgen in de krant: ” Wij waren in Griekenland op vakantie. Het was fantastisch. We konden overal geld krijgen. Als we de krant niet hadden gelezen, hadden we niet geweten dat Griekenland het zo moeilijk had”.

 

precies je moeder

   

” Wat lijk je toch op je moeder met dat hoedje”. Buurman is afgestapt van zijn fiets om een praatje te maken. Ik schraap het gras tussen de tegels. Met een aardappel schilmesje. Hij vindt dat ik beter een stok met een stalen borsteltje kan gebruiken. Wat niet waar is, een aardappel schilmesje is beter. We praten een poosje over onkruid en mos. Als hij wegrijdt zegt hij dat ik op moet houden met werken in de tuin. “Veel te warm!”

Mijn moeder. Lijk ik op haar? Ik vind het niet prettig dat te horen. Hoe aardig bedoeld misschien. Mijn moeder met haar dunne haar in een permanentje, de nylon jurken, degelijke schoenen. Nee mijn moeder was geen elegante vrouw. Ik heb met haar wel eens een jurk gekocht die haar heel mooi stond, die ze vervolgens nooit aan had. Zat niet lekker.

Mijn moeder. Meer dan 30 jaar was ze alleen. Haar huisje was keurig opgeruimd en schoon. Haar tuintje een paradijs. Ze las de krant, keek tv, was vriendelijk tegen de buren. Zondags ging ze naar de kerk. Ze was bezoekdame en schonk koffie in het bejaardenhuis. 

Maar de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Dat was waar het om ging. In noodgevallen was ze er. Dan schilde ze de aardappelen, deed ze de afwas, streek ze de was. Op hoogtijdagen en verjaardagen kwam ze. Met haar tasje. Daar zat wat lekkers in en een envelop. Voor de groten 50 euro en voor de kleinen 25. “Jullie weten zelf wel iets om te kopen”. In de envelop zat ook altijd een kaart of een briefje. Daar stond iets persoonlijks op, daar had ze over nagedacht. Soms had ze er een mooie tekst bij geplakt of een gedichtje. Heel af en toe las je tussen de regels wat ze je oog in oog niet zeggen kon.

Mijn moeder. Wijs was ze. Trouw. Een vrouw met karakter. Een mooi mens mijn moeder. En toch wil ik het niet horen. Precies je moeder.

Niet meer gelovig

  
In stilte wachten we, de ogen gericht op het midden van de tafel, waar de kroketten staan en de salade Nicoise. De grote handen worden uit elkaar gevouwen: “Smakelijk eten”. Wij antwoorden smakelijk eten terug en storten ons op de kroketten en de salade. Het zijn goeie kroketten en ook de salade wordt geprezen.

Zevenenveertig jaar geleden stuurden onze ouders ons naar een Christelijke kweekschool. Op kamers of iedere dag een lange reis langs de Openbare, langs de Katholieke, naar de Christelijke kweekschool. En nu? Twee handen gaan omhoog als er gevraagd wordt wie er nog gelooft. De andere vijf ” hebben er niets meer mee”. “Ik noem mijzelf een atheïst”, zegt de jongen uit het streng Christelijke dorpje op de Zuid-Hollandse eilanden.

Wij kregen indertijd les van dominee Ton. Dat was schrikken. De bijbel geen geschiedenisboek. God: het geheel andere. De jongen met de grote handen was nog verontwaardigd: “Zo’n man had toch geen les mogen geven op een Christelijke school”.

We drinken nog wat, praten over van alles. Een schip, een huisje in Zwitserland, Van Gogh en Slauerhoff.  We lachen. We lachen veel. Net als toen. Dan is daar het afscheid. We omhelzen elkaar en zeggen lieve dingen. Vijf grote kerels,  twee vrolijke vrouwen. Mooie mensen. Ja ook dat zei Ton. “Geloven? Wat dat is? Een mooi mens zijn!”

En nu genieten he!

  
Vorige week nam mijn jongste zus afscheid van haar werk. In allerlei bewoordingen werd het haar toegewenst, bevolen bijna. Gaan genieten he! Van man, kinderen, kleinkinderen. Genieten van de vrijheid. Alsof ze jaren van gevangenschap achter de rug had. Terwijl mijn zus iedere dag hartstochtelijk genoot van haar werk op de basisschool. Op verjaardagen vertelde ze ons in geuren en kleuren wat ze beleefde met haar schatjes. Ok soms was ze er helemaal klaar mee. Administratie, toetsen, inspectie, hou er over op!

Genieten begint niet op de dag van je pensioen. Sterker: reken maar dat het wennen wordt voor zusje. Niet meer de structuur, de dynamiek van het werk. Het gemis van de contacten met kinderen, collega’s, ouders. Geen deel meer van een gemeenschap. Het ontbreken van het gevoel zinvol en nuttig bezig te zijn.

Vandaag heb ik mijn zus een briefje geschreven

Liefzusjevame,
Drijf nog maar lekker op dat geweldige afscheidsfeest. Alles wat ze over je gezegd hebben is waar! Kauw en herkauw de mooie herinneringen. En als je de leegte voelt en pijn om wat voorbij is, kijk het maar in de ogen. De bladzijde van je leven wordt wel weer gevuld. Een nieuwe bladzijde. En genieten? Ach dat hoef ik jou niet te vertellen. Dat kun jij als geen ander. 

Het was de dag van het Pinksterfeest

Uit alle windrichtingen kwamen ze aangelopen. Wij waren er ook. Lijn 13 had ons gebracht. Vanuit de warme zon en de schrijnende wind voegden we ons in de lange rij bij de ingang. De zaal stroomde vol. Wij vonden nog een mooie plek. De schrijfster schoof ons bij het naar binnen gaan voorbij. Ze was frêle, klein, onbeduidend haast. Toen ze haar gedichten voorlas verdween haar nietigheid. Een leeuwin met grijze manen, een jonge stem, goede woorden. Over Amsterdam, over een kind, over gras. Wij vonden het mooi.

Er kwam een cabaretier. Hij verhaalde over Amsterdam, over voetbal en James Cook. Hij maakte ons aan het lachen, hij bracht ons aan het denken, hij verraste. Hij eindigde met een kort gedicht. Voor een jong gestorvene op Margraten. Wij vonden het mooi.

Toen was daar de trompetter

  

“Een geluid uit de hemel als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vervulde.”

Wij hoorden 

verlatenheid

schrijnende pijn

opstandigheid

woede

verdriet

berusting

De trompetter had ons meegenomen. We waren uitgenodigd om mee te zingen in woordeloze klanken. Zacht, luider, luid, zachter, zacht. Wij waren stil toen wij de zaal verlieten. Wij hoefden niet te spreken om elkaar te verstaan. Wind. Vuur. Er was iets met ons gebeurd. Aangeraakt, aangestoken, vol van, vervuld.

Buiten scheen nog altijd de zon en waaide nog altijd de wind. Lijn 13 bracht ons naar de Dam. We namen een ijsje bij de zojuist geopende Ice-Bakery. Een hoorntje met twee bolletjes. We keken uit over de Dam, waar de mensen zich warmden aan de late zondagavondzon. Er was muziek en er waren kraampjes. Er werd gezongen en gedanst. Het was een mooie dag. Het was de dag van het Pinksterfeest.

Anna Enquist

Eric Vloeimans

Diederik van Vleuten

Tommie van Eck 

@DeNieuweLiefde

Handelingen 2

parkeergarage

In Nijverdal is een parkeergarage onder een appartementencomplex in het centrum. Het is een mooie ruime parkeergelegenheid. Er is altijd plek, hij is overzichtelijk, een rustig muziekje op de achtergrond, niet duur (10 eurocenten per 6 minuten, een dagkaart 5 euro), en je bent direct in het centrum. Als het slecht weer is twijfel ik geen moment. Droog en schoon mn ding doen en voor een paar cent onder de pannen. Kom er n’s om.

Daar wordt echter door veel inwoners in de gemeente anders over gedacht. Van het begin af aan heeft de Hellendoornse bevolking zich afgezet tegen het betaald parkeren en de daarbij behorende garage. “Grotestadsallures. Nergens voor nodig. Ik ga voortaan op de fiets.” Op de social media zijn de bewoordingen nog een graadje onvriendelijker. Daar wordt spottend verteld en afgebeeld hoe leeg de garage weer is. Toen de garage op 21 december tijdens een kerstmarkt vol was en het rode lampje met “VOL” werd afgebeeld, waren de zure reacties weer niet van de lucht. ” Omdat het gratis was zeker!” “Dat die lampjes het deden!”

Nee dan Katwijk.

Gister had ik familiedag. De familie met de Katwijkse roots informeerde wie, wanneer laatst nog in K was geweest. “Heb je de parkeergarage al gezien?” Zeker een half uur lang werd de lof gezongen over “de unieke Katwijkse parkeergarage onder de duinen tussen de boulevard en de versterkte dijk, op natuurlijke wijze opgenomen in het landschap.” Op internet lees ik dat de Katwijkers hun garage ook een hoog cijfer geven. Een 8,5. Dat is veel, want neem van mij aan dat de Katwijkers er ook wat van kunnen: mopperen en negatief zijn. En goedkoop is de garage ook al niet. Twee keer zo duur als de Nijverdalse garage.

Als ik afscheid neem van de familie slaat mn oudste broer me op de schouders. Op zn Katwijks. Net iets te hard. “Veel plezier hè in Katwijk volgende week. En niet vergeten hè! Gaan kijken naar de parkeergarage!” Een parkeergarage als toeristische attractie. Ik zou er niet op gekomen zijn.  

 

een Ray-Ban met groene glazen

 

“Ik krijg een zonnebril”, vertelt het meisje achter de toonbank terwijl ze de doos in elkaar vouwt. Ze schuift de Moederdag taart behoedzaam in de doos. “Ja, ik had m zelf willen kopen, maar hij was me te duur. Nu krijg ik m toch. Mijn dochtertje kon het niet voor zich houden. Het is een hele mooie. Een Ray-Ban.” “Een Ray-Ban? Welke kleur glas? Groen?”

Toen de vader van mijn kinderen uit het leven verdween heb ik m nog heel lang bewaard. De Ray-Ban met groene glazen. Op vakantie in het Oostblok in de 70er jaren werden we er vaak op aangesproken. How much? Honderdduizenden zloty’s en zelfs dure dollars werden er voor geboden. Maar er was geen sprake van: de bril verkopen. Ik zag hem er zo graag mee. Met die zonnebril. En dan het liefst met khaki overhemd en roestbruine corduroy broek. Oh ja. Later werd die zonnebril het instrument om zich te verstoppen, zich niet te laten zien. Maar als je dat niet wist zag je een mooie man met een Ray-Ban. Waar is die bril eigenlijk gebleven?

Op Moederdag wordt de overheerlijke taart met smaak gegeten. In de tuin, want de zon schijnt uitbundig op Moederdag. De zoon die nu net zo oud is als zijn vader toen, draagt er ook een. Een Ray-Ban met groene glazen. Boven zijn bruine Chino broek draagt hij een blauwe spijkerbloes. Binnenkort is hij jarig. Zal ik hem een khaki overhemd kopen? Nee, nee. Nee geen goed idee.