zondagmiddag

Waarom ik haar niet gezegd had, dat die Roebie geen goed vriendinnetje voor haar was. “Omdat je dan had gezegd, bemoei je er niet mee. Omdat je toch niet naar me geluisterd had. En omdat je zelf moet ontdekken wie een goed vriendinnetje voor je is”. Daar zitten we: oma en kleindochter. Praten over vriendinnen. Over hoe je kunt weten of iemand een vriendin voor je zou kunnen zijn of juist niet. Of je dat kunt weten, aanvoelen. Weet je het gelijk? Kan het veranderen?

Heeft het zin om iemand te waarschuwen voor een “ foute” vriend of de verkeerde beslissing? Ik weet dat ik me er niets van aantrok ook al moest ik achteraf iemand meer dan eens gelijk geven. Ja je had gelijk. Het is nooit iets geworden. Ja je hebt gelijk, ze was niet goed voor me. Ja je had gelijk, hij deugde niet. Ja je had gelijk ze was niet te vertrouwen. Uiteindelijk nam ik beslissingen zelf, ook dwars tegen adviezen en waarschuwingen in. Soms gehaast, dan weer wel overwogen, soms omdat er van binnen een soort zeker weten voelbaar was, soms gewoon met de rug tegen de muur.

Je ziet iemand de verkeerde kant op gaan. Moet je, kan je er iets van zeggen? Niet doen! Kijk uit! roepen? Ik kijk naar een meisje van 10 jaar. Speels en ongedurig. En wijs: ze denkt over van alles na. Ze heeft een oude ziel. Ik zou haar wat ik geleerd heb en ingezien wel als een pakketje mee willen geven. Ik zou haar willen besparen wat er allemaal mis kan gaan, of pijn zal gaan doen, en al heeft gedaan. Maar dat kan niet. Ze moet het helemaal zelf doen. Zelf meemaken. Ze moet de wijde wereld in. Met alles er op en er aan. Ze kan het. Ze wordt een mooi mens. Ze is het al.

alles begint met een vraag

Vrijdagmiddag half 1. Of ik voor 3 uur antwoord* kan geven. Dan moet het ingeleverd zijn. Een opdracht voor school.

Ik ga gelijk aan de slag. Het is fijn als je je kleinkind kunt helpen. Zeker als je weet dat hij er vaak een potje van maakt. Van school. Je bent al blij dat hij zijn opdracht in ieder geval maakt. Meehelpen dus! Het is niet moeilijk. Zo gepiept. Binnen een uur staan de antwoorden op papier. Ik vraag hem wat hij van de antwoorden vond. Nou daar had hij nauwelijks naar gekeken. Als de opdracht maar af was.

Het was leuk om vragen te krijgen en er over na te denken. Wat was het grootste verschil tussen Nijverdal en Katwijk? Mijn mooiste herinnering? In Katwijk? In Nijverdal? Zou ik terug willen? Dat antwoord was kort. Nee. Het mooist aan Katwijk? De zee natuurlijk. Maar het grootste verschil? Zijn de mensen anders? En hoe dan? Daar valt nog heel wat over te zeggen. Veel meer dan ik snel had neergeschreven.

Later op de middag komt mijn voormalige buurman de kunstenaar langs. Met twee boekjes. Een met mooie foto’s. Dat wil hij terug over een poosje. Het andere is een cadeautje. Vanwege de kaft alleen al een kunstwerkje. Ook hij heeft vragen. “Durf je alles te schrijven? Of heb je bewust of onbewust een rem als je aan je lezers denkt?” “Waarom schrijf je eigenlijk?”

Pittige vragen. Durf ik alles te schrijven? Ja? Nee, ik durf ook niet alles te zeggen. In mijn persoonlijke stukjes ga ik wel heel ver. In de opiniërende stukjes denk ik heel goed na wat en hoe ik iets opschrijf. Ik val niet altijd samen met wat de schrijver stelt. Het is niet altijd precies gegaan zoals ik beschrijf. Soms wil ik bewust iets aan de orde stellen. Ik houd rekening met de mensen die in mijn stukjes voorkomen. Maar ook hier over valt nog veel meer te zeggen. Heb ik een rem? Welke dan? Waarom schrijf ik? Op de site van Wiske lees ik: “Schrijven is voor mij een manier van leven. Ademen”. Beetje hoogdravend.

“ Het is de vraag die ons beweegt, niet het antwoord”, zei de dichter Rainer Maria Rilke. “Vragen stellen, goede, echte vragen stellen is zoveel belangrijker dan antwoorden zoeken”, lees ik op de site van Human. Schrijven zou je een manier van hardop nadenken kunnen noemen. Over vragen en vragen die je zou willen stellen.

het cadeautje
Nb: Voor de geïnteresseerden: * de antwoorden

75 jaar Suske en Wiske

(De eerste ontmoeting ( Uit Het eiland Amoras))

Toen ik zeven jaar geleden werd uitgenodigd om stukjes te gaan schrijven voor een nieuw huis-aan-huisblad heb ik samen met een vriendin lang nagedacht over een pakkende kop. Wat er boven? Een spreuk? Een titel? Of gewoon mijn naam? Het werd iets met mijn naam. Ik wilde iets met de koosnaam die mijn vader me gaf. Wisje. Een stukje van Wisje. En ineens viel de naam Wiske. Ja Wiske! En daar heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt van gehad. Sterker: ik ben er steeds blijer mee geworden.

Nadat ik de naam had gekozen ben ik me pas echt in de strips gaan verdiepen, ze goed gaan lezen. En ik herkende me wel in dat eigenwijze meisje. We lijken gewoon op elkaar. Het formaat, het karakter, het uiterlijk, gek op ons popje en: we zijn allebei ook als de dood voor muizen! Ik ben wel een Wiske.

Deze week bestaat Suske en Wiske 75 jaar. 30 Maart 1945 verscheen in de Vlaamse krant De Nieuwe Standaard de eerste aflevering toen nog als Rikki en Wiske. Al snel werd Suske geïntroduceerd en vanaf dat moment werd de strip een succes. In België en vervolgens in Nederland. Inmiddels de langst lopende stripreeks van de Benelux. Er zijn standbeelden, musea, tentoonstellingen, winkels en webwinkels met Suske en Wiskeproducten en de grootste stripvereniging van de Benelux: De Fameuze Fanclub. Ter gelegenheid van het jubileum verschijnt een jubileumalbum “De preutse prinses”, in de klassieke stijl, zoals vroeger: Wiske zonder borstjes, in een wit jurkje met een rood randje, witte sokjes, het haar strak op het hoofd met een rood strikje.

Een stripboek is geen boek, zei mijn leraar Nederlands ooit. Dat zeggen de leraren Nederlands niet meer. Stripboeken, tekenfilms, animaties mogen kunst genoemd worden. Je mag hardop zeggen dat je houdt van strips als Olivier B Bommel, Asterix en Obelix, Kuifje, Dick Bos en Suske en Wiske.

Wat is het precies dat Suske en Wiske zo geliefd heeft gemaakt? Columnist Wim Boevink vertelt dat hij antropoloog is geworden door het lezen van de humorvolle en avontuurlijke verhalen van Suske en Wiske. Ze reisden de hele wereld over en vlogen van de ene eeuw naar de andere. Anderen wijzen op de volkse verteltrant en de duidelijke tekenstijl. Han Peekel, stripkenner bij uitstek was gefascineerd door Lambik, de goedwillende klungel, de antiheld. Ik heb een zwak voor de uitzonderlijke familiesamenstelling: een tante met een kind, een geadopteerd jongetje, twee ooms. Het lijkt erop dat de twee kinderen de leiding hebben en de volwassenen ondersteunend zijn. Alles kan, alles mag, altijd wordt het gevaar overwonnen. Als groep onafscheidelijk. Nooit loopt er iemand weg. Nooit gaat er iemand dood. Niemand wordt ouder. Altijd komt het goed. Heerlijk.

Bronnen: Wikipedia, dagblad Trouw.

normaal

Kunnen we zeggen dat de Coronacrisis voorbij is? Ik ben geneigd te zeggen: ja. De getallen lopen hard terug. Hoe ver moeten ze nog teruglopen voor dat officieel medegedeeld wordt: de Coronacrisis is voorbij? Het lijkt me dat dat moment aangebroken is.

De vraag die dan oprijst is wat betekent dat. Gaan we alles weer open gooien. Weer naar de voetbal, naar de kerk, de film, het popconcert, oma in het zorgcentrum? Gaan we terug naar hoe het was? Gewoon weer normaal?

Of naar een nieuw normaal? En wat is dat nieuwe normaal dan? Mondkapjes? Anderhalve meter? Honderd mensen?

In crisistijd mogen er harde maatregelen genomen worden. Zelfs regels die dwars tegen onze privacy ingaan. Knap dat Rutte dat voor elkaar kreeg. We hebben ons goed gedragen.

Nu de crisis voorbij is, er niet langer sprake is van een noodtoestand, gaan we weer ons aan de regels van onze democratische wetten houden. En de regels van de privacy. Op weg naar een normale samenleving.

Gooi open de kerken, de stadions, de theaters, de huizen, de zorgcentra. Geef ons de samenleving terug. We zullen ons verantwoordelijk en netjes gedragen.

Jezus twee punt nul

*

Hij is anders. Hij kleedt zich anders. Hij praat anders. Hij doet anders. In zijn omgeving is hij degene die de verbinding herstelt. De angel uit de onderhuidse spanningen haalt in het onrustige gezin, waar hij deel van uit maakt. Diepzinnige dingen zegt in zijn klas. Confronterende vragen stelt aan de jongen die verliefd op hem is. Niet agressief. Een vredestichter is hij. Een Jezus.

De mensen om hem heen bewonderen hem, houden van hem. Zijn zusjes, zijn vader. De bazin van de winkel waar hij werkt. Zelfs zijn stugge ontoegankelijke stiefmoeder weet hij te raken. Hij maakt haar zacht.

Maar de jongens uit zijn klas haten hem: “Vieze homo.” Hij heeft hun opmerkingen langs zich heen laten gaan. Geen aanleiding gegeven tot agressie. Toch wordt hij op een avond in elkaar geslagen. De jongens uit zijn klas. Met de jongen die verliefd op hem is als de Judas die hem verraadt. Genadeloos schoppen ze hem in elkaar.

Hij doet geen aangifte. Hij slaat niet terug. Hij zwijgt.

Waar komt haat vandaan? De grenzeloze woede, de wil om te vernietigen? Het goede, het zuivere, het oprechte?

En. Waarom verliezen we in een groep onszelf, doen we dingen die we in ons eentje nooit zouden doen? Waarom?

*Chris uit de serie Oogappels van BNNVARA op NPO 1. Televisieserie over puberstress en ouderleed, waarin vier volkomen verschillende gezinnen worstelen met de opvoeding van hun kinderen. De serie groeide dit seizoen uit tot een publiekslieveling.

4 mei 2020

Een vrouw staat voor het raam. Ze kijkt hoe haar zoon het pad afloopt. Een gloednieuw uniform. Glimmende laarzen. Plunjezak op de rug.

Hij kijkt niet om. Dat had hij gezegd. Ook niet zwaaien. Een snelle kus en dan weg. Niks zeggen. Geen tranen. Geen sentimenteel gedoe. Dag. Daar gaat hij. Haar sterke, vrolijke, mooie, lieve zoon. Jong nog. Waar gaat hij heen? Voor hoelang?

Hij ging. Met zijn kameraden. Eerst naar Engeland. Na lang wachten de oversteek naar Europa. Frankrijk, België, Nederland. Hij had geluk. Sommigen van zijn kameraden hadden de kust van Normandië niet eens bereikt. Waren al verdronken voor ze aan land kwamen. Anderen werden gedood tijdens de gevechten op weg naar het noorden. Hij was er bijna heelhuids door heen gekomen als niet op het allerlaatste moment, met de overwinning in zicht, binnen handbereik, het toch ook voor hem verkeerd afliep.

Een vrouw staat voor het raam. Een glimmende zwarte auto houdt stil voor haar huis. Een militair in smetteloos uniform komt het pad oplopen. Hij hoeft niets te zeggen. Ze weet het.

Ergens in een ver land, een land waarvan ze de naam nog nooit heeft gehoord werd haar zoon begraven. Op een begraafplaats op een heuvel in het bos.

Op de Canadese begraafplaats op de Holterberg is hij één van de 1394 soldaten die daar begraven liggen. Een van de vele jonge jongens, jonge mensen.

Je kind verliezen, je zoon, je dochter is een pijn die nooit overgaat. Voor jouw en mijn vrijheid, voor onze vrijheid hebben mensen hun leven gegeven. Kunnen we leven in een vrij land. In vrede.

We mogen niet ophouden te gedenken. Het is onze dure plicht zorgvuldig om te gaan met de zwaar bevochten vrijheid. Uit respect voor en dankbaarheid aan hen die hun leven gaven. En. Uit respect voor en dankbaarheid aan hen die moesten verder leven met het verdriet om hun geliefde, hun kind.

Private Votour sneuvelde samen met 20 anderen bij de slag om Delfzijl, het laatste gevecht van zijn regiment. Afkomstig uit Nova Scotia Canada.

Foto: Bouke Meindersma

Koningsdag 2020

Vandaag ga ik niets missen. Niet de aubade op een winderig plein. Niet de slentergang over de rommelmarkt. Niet een festival met harde muziek in de volle zon. Niet de wandeling door het dorp langs ijsjes etende dorpsgenoten. Geen fietstocht in de omgeving langs overvolle terrassen. Niet het geknal van vuurwerk, geen oranjebal, niet het gelal van feestgangers vol alcohol. Nee vandaag een koningsdag zonder het gevoel dat ik iets mis, of gemist heb. Dat er ergens iets is waar ik eigenlijk naar toe zou moeten. Dat ik overal vrolijke en lachende mensen om me heen zie en ik dat gevoel maar niet heb of kan krijgen.

Vol met oranjegevoel, gek met het koningshuis, trots op mijn land, en toch altijd blij dat de koningsdag of koninginnedag voorbij is. ‘s Morgens de teevee met de mooie mensen van ons koningshuis wil nog wel, maar daarna ga ik meestal de tuin in. Een gevoel van heimwee, alleen, eenzaam, buitengesloten, ik kan het niet precies duiden. 2e Kerstdag-, 2e Paasdag- en Koningsdaggevoel.

Koningsdag 2020 wordt een koningsdag naar mijn hart. De lokale radio aan met heerlijke Nederlandse muziek. De tuin in. Één ding ga ik missen. Het Oranje Orgel concert met vaderlandse liederen dat afgesloten wordt met het zingen van het Wilhelmus. Staande, samen in de Regenboog. In je eentje voor de teevee het Wilhelmus zingen? Nee. Het Wilhelmus zing je samen.

the long and lonely road

Hij is een verwoed fotograaf. Mijn reisgenoot. Af en toe duwt hij me opzij: ga eens aan de kant. En dan gaat hij door de knieën, of op de tenen. Klik, even de blik op het apparaat of de foto gelukt is en hij staat al weer klaar om de volgende foto te schieten. Soms de handen hoog in de lucht, zonder te weten wat hij precies schiet. Honderden foto’s maakt hij per vakantiedag. Ik vraag me soms af of hij wel iets ziet van het mooie Zuid Afrika. Dat hij pas ziet waar hij is geweest als hij thuis is en de foto’s bekijkt. Maar daar vergis ik me in. Als ik zijn foto’s bekijk zie ik dingen die ik over het hoofd heb gezien.

Deze week kwam het fotoboek. En ere wie ere toekomt: het is een kunstwerk. Een feest om door te bladeren. Het boek ligt hier op een tafeltje. Er zitten een paar foto’s in die twee pagina’s beslaan. Dat zijn de toppers. Die bladzijden liggen open. Af en toe kijk ik er naar. Hoewel een foto nooit weergeeft wat ik zag toen, roept het wel de herinnering op en maakt de foto blij.

Gisteren belden we elkaar. We hadden het over de foto die ik het mooiste vond en waarom. Ik vertelde hem dat ik de foto van die verlaten weg op dit moment open had liggen. Ik herinnerde me dat we van een reis die we door Amerika maakten precies zo’n zelfde foto hadden. Op de terugreis vanuit Death Valley. Reisgenoot had binnen no time de foto uit zijn archief. 12 Jaar geleden. Hij wist het nog precies. Ik wist het nog precies. Hoe we daar met ons twee over die verlaten weg reden. Dat uit de autoradio Fields of Gold van Eva Cassidy klonk. En dat ik volmaakt gelukkig was. Zo’n moment dat je denkt: meer dan dit is er niet.

Foto’s: Bouke Meindersma 2012 Amerika, 2020 Zuid Afrika

de zon komt op en gaat weer onder

Ik ben een gelovig mens. Hou van mijn geloof en haar rituelen. Ben blij dat ik het geloof heb meegekregen in mijn opvoeding. Ik hou ook van de kerk waartoe ik behoor.

Het was dus heel vreemd Pasen te vieren en niet naar de kerk te kunnen.

Toch werd Pasen 2020 bijzonder in positieve zin. Eerste Paasdag in een klein clubje op de Noetselerberg. Anderhalve meter. In de vroege morgen het paasevangelie gelezen. Zingen, gebed, de zegen. Om ons heen de juichende natuur. De zon, de vogels.

Vanmorgen tweede Paasdag online de paasdienst van de Protestantse Gemeente hier ter plaatse beluisterd en gekeken. Een mooie dienst, waarin dominee Hans van Dalen het woord* “ontzet” voor ons uitlegde. De vrouwen die bij het lege graf de engel zagen, die lichtte als een bliksem en van wie de kleding wit was als van sneeuw, waren opgetogen en “ontzet” dat wil zeggen bang.

Ik hoorde ook een van mijn favoriete paasliederen: “Daar juicht een toon, daar klinkt een stem”. Vooral om de herinnering, om de wijs bedacht ik me. Want eigenlijk heb ik heel veel moeite met de teksten van veel paasliederen. De dood overwinnen? Hoezo? Ik ben dan wel gelovig, maar zeker geen standaard gelovige. Ik heb heel veel moeite met de manier waarop de kerk, mijn kerk over de dood spreekt en mensen bang heeft gemaakt. In heeft gespeeld en nog steeds inspeelt op de angst van mensen voor de dood. Alsof we niet allemaal weten dat we sterven gaan en alsof de dood ook niet een zegen kan zijn, een welverdiende rust. “Ruhet wohl.”* Ik herinner me een collega, een goed mens die wist dat hij ging sterven maar niet kon gaan omdat hij doodsbang was voor het oordeel dat hem zou wachten. Droevig was het. Nee ik vond het misdadig. Dat had hij niet verdiend.

Winnen en verliezen, vijand zijn oorlogstermen die niet bij Pasen passen. Na de nacht komt de dag. De zon komt op maar zal ook zeker weer ondergaan. Het leven gaat door. Niet bang* zijn. Niet voor het donker, niet voor het licht. Niet voor de dood. Niet om te leven.

* ontzet of ontsteld: fobos in het Grieks wat angst betekent en we kennen van het woord fobie

* Ruhet wohl: Aria uit de Johannes Passion van Bach

* wees niet bang zou 365 keer in de bijbel staan, voor iedere dag in het jaar een keer, vaak met de woorden: wees niet bevreesd

Foto: Roy Zijlstra

laten staan 


Ik ben naar je gaan kijken. Of je al in bloei stond. Nog niet. Misschien vandaag. Of morgen. Mijn boom, mijn krent op de Noetselerberg. Op de vroege morgen in de zon. Op de uitgestrekte heidevelden van de Sallandse Heuvelrug.

Ik was er een tijd niet geweest. Er had een kaalslag plaats gevonden. Ik herkende sommige stukken niet eens . Moest zoeken waar de paden lagen. Gelukkig hadden ze jou laten staan. Je prachtige silhouet in de ruimte, de leegte, de stilte.

Ruimte, leegte, stilte. Kan er niet genoeg van krijgen. En ik durf het haast niet te zeggen, daarom vind ik deze tijd, het Coronatijdperk eigenlijk een fijne tijd.

Er zijn mensen die God erbij halen. Dat die ons nu straft of waarschuwt. Daar hou ik niet van. God voor je karretje spannen. Gods naam ijdel gebruiken. Maar dat de natuur ons een spiegel voorhoudt is duidelijk. Onze hoogmoed. Onze hebzucht. Met ons allen zijn we stil gezet. Corona heeft voor elkaar gekregen wat geen enkele milieuorganisatie of beweging is gelukt. Schone luchten, helder water. Ons dorp lijkt op een dorp uit de 50er jaren. Lege straten, waar af en toe een auto doorheen rijdt. Een wandelaar, een fietser. Een praatje. Zwaaien. Er is tijd. Er is aandacht.

Het Coronatijdperk mag wel weer voorbij gaan, er gebeuren hartverscheurende dingen. Maar. Zou het ons lukken de mooie kanten van deze tijd vast te houden? Te bewaren?